Lieve Amalia,

Best gek dat ik deze column aan je wijd. Je leest vast een andere krant dan het Voorster Nieuws. Dat denk ik, tenminste. Hoewel het me wel te gek zou lijken als je hier in de omgeving zou wonen. Ik weet zeker dat je het hier mooi zou vinden. Twee weken terug was je vader hier nog, heeft ‘ie dat verteld? Hij opende de Koningsspelen. Je mooie moeder was er niet, die had andere verplichtingen. Maar misschien heeft je vader je verteld dat het hier best leuk is.

 

Ik zag je vorige week vrijdag op de tv. De mevrouw op de NOS vertelde dat jij en je zusjes alle drie kleren van je moeder aan hadden. Ik vond dat mooi, je had mooie zalmroze kleren aan. En wat leek je kalm. Oer-, oerkalm. Hoe is dat nou, zo op tv? Tussen al die drommen mensen? Die allemaal een handje of een selfie willen? Is dat eng? Of juist wel leuk? Heb je dan codetaal met je zusjes? Is het ver lopen? Is dat handjes geven vies? Je doet het, en vol overtuiging. Net zoals je die bal vol overtuiging bij één van je zusjes op d’r kop mepte. Moest ik vreselijk om grinniken en jij, later bij het zien van de beelden, vast ook. Had ze maar op moeten letten. Toen kwam je bij Ranomi Kromowidjojo die als een malle op een fiets aan het rossen was en je een regelrechte sneer van achter uit haar strot gaf. Je stond daar zo lief te staren naar het mini-renbaantje en vroeg uit beleefdheid wat precies de bedoeling was. ‘Dat heb ik net uitgelegd,’ beet Kromowidjojo je toe. Waarschijnlijk antwoordt ze dat ook als mensen vragen haar achternaam te spellen. Tenenkromowidjojo, vanaf nu. Je schrok je een hoedje, dat zag ik. Als oma er bij was geweest, was haar hoedje ook afgeschrokken. Tenenkromowidjojo wipte op. Niet omdat ze echt schrok, zoals jij, maar door de reacties na haar eigen reactie. De mensen vonden dat ze naar je sneerde. Toen bood ze excuses aan.

 

Majesteitsschennis. Sinds half april staan er lagere straffen op het uitfoeteren van je vader en moeder. Belangrijke meneren in de Kamer vinden dat je vader en moeder als gewone burger gezien moeten worden. Als ze beledigd worden, moeten ze maar op hun fietsje naar het politiebureau aangifte doen. Die regel is bedacht zodat cartoonisten grapjes mogen maken over belangrijke mensen van het Koningshuis. Grapjes zijn doorgaans om te lachen, heb ik me laten vertellen.

 

Ik vind je zo dapper, Amalia. Oefen je thuis, zo netjes lopen? Zeggen belangrijke beveiligers tegen je wat je moet doen? Waar je naar toe moet kijken, waar je naar toe moet wandelen, of je moet lachen? Wat als je moet plassen? Wil je wel Koningin worden? Of droom je ’s nachts van een leven als cassière of dierenarts?

 

Ik open ondertussen op mijn laptop gitzwarte, bittere berichten over hoe je er uit ziet. Dat je dik bent en lelijk. Maar vooral dat je dik bent. Honderden treurige Twitteraars zitten vanachter hun laptop als een tiran te typen op hun toetsenbord. Terwijl jij alleen doet wat er van je gevraagd wordt. In plaats dat je je oude kleren, CD’s en poppen aan het verkopen bent op een kleedje in de stad, sta jij in de spotlights. En dan zijn er gemene mensen die dingen over je roepen. Genadeloos, roekeloos en straffeloos. Maar jij zeult alle nare woorden mee, terwijl je handjes geeft en misschien wel plassen moet.

 

Jij bent, misschien wel tegen wil en dank in, onze nieuwe Mini-Majesteit. Mijn idee? Een verbod op Mini-Majesteitsschennis. Wie naar doet, krijgt behang met al je prachtige staatsiefoto’s in zijn huiskamer geplakt en moet verplicht op Koningsdag rondjes lopen door zijn dorp. Dan pakken wij samen een zak chips en een fles frisdrank en gaan we tv kijken. En grapjes maken, zodat we kunnen lachen.

RK