‘Sorry, ik heb me verslapen,’ stuurt ene Martijn uit een nabijgelegen dorp. Huisgenoot en ik hebben een nieuwe bank en als je een nieuwe bank hebt moet de oude vertrekken. Zo gaat dat. Ging alles maar zo simpel. Ik Boris dus op internet gezet. Gratis af te halen. Van twee jonge vrouwtjes geweest en altijd binnen gestaan. De poes verwarde bank nog wel ‘ns met krabpaal. Zit ook een ‘A’ in. Een trouwere bank kan je je niet wensen.

Ik heb de neiging om alles een naam te geven – ik vind ‘het mag geen naam hebben’ dan ook de meest idiote uitspraak van de wereld, maar Boris heette al zo. Boris en ik zijn een kleine acht jaar samen. Boris woonde bij Leen. Die van Bakker. Mijn relatie ging uit en naast mijn olijke gevoel nam mijn inmiddels ex tevens de volledige inboedel mee. Kom je thuis na een dag werken, ziet je huis eruit als een lege discotheek. Ik ben wel van de discotheken maar thuis vind ik zitten fijn. Ik naar Leen. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik pleurde Boris in de kamer en sindsdien zijn we onafscheidelijk. Toen er een poes kwam mocht hij in de leuning krabben en menige borrel is in de late uren over hem heen gekwakt. Hij paste op logés en was geduldig met mijn katers.

Inmiddels is het tien uur en ik had om half negen afgesproken met ene Martijn. Hij zou Boris een leuk tweede huis geven. De avond ervoor had ik ritueel afscheid genomen. Voor de mensen die mij niet kennen: I’m a sucker for goodbyes. Jack en Rose van de Titanic zijn koeltjes in hun afscheid in vergelijking tot Rens die een oude koekenpan vervangt voor een nieuwe. Ik pak het te vervangen ding en leg rustig maar adequaat uit dat het nu echt tijd is om afscheid te nemen. Dat laat ik dan even bezinken en ik vraag of hij nog vragen heeft. Dan bedank ik hem voor zijn jarenlange inzet en zeg ik dat we het altijd zo fijn hebben gehad. Het zijn net ex-vriendjes. Inmiddels is mijn omgeving redelijk gewend, maar het schijnt een aandoenlijk tafereel te zijn. Als huisgenoot een nieuwe stofzuiger wil, kondigt ze dat rustig en lieflijk aan. Dan mag ik de oude nog een kusje geven en krijgen we ruimschoots de tijd elkaar gedag te zeggen. Dan zetten we het oude device nog een aantal dagen in de schuur voordat het definitief wordt. Uitstel is geen afstel maar het helpt wel een beetje.

Ik heb de neiging om afdankertjes in huis te halen. Huisgenoot is uitzondering. Maar het liefst rij ik wekelijks naar de slacht of een asiel om daar wat hopeloosjes op te halen. Ze hoop te geven. Althans, dat hoop ik dan weer.

Boris werd al drie keer niet opgehaald. Ik had het glorieuze idee iemand ontzettend blij te maken met hem. Dat hij nog wat jaren in een keet kon vertoeven en goede verhalen kon aanhoren van de jongens en meisjes daar of dat hij kon grinniken om de verhalen bij een oud kattenvrouwtje, en als krabpaal kon dienen. Want daar zit ook een ‘a’ in. Maar in plaats daarvan werd mijn eigen lieve Bank al drie keer afgescheept. Misschien is het een teken. Een teken dat ik hem nog even een tijdje bij me moet houden. Misschien heb ik, zonder dat ik het door heb, aan hem wel het allerliefste afbankertje.

 

RK