Vroeger zat ik bij het Jongeren Lagerhuis. Dat is een cluppie mensen die over dingen discussieert. Stellingen. Grootse stellingen over abortus of God, kleine stellingen over kinderverjaardagen. Soms mocht je vrij discussiëren en dus gewoon je eigen mening onderbouwen en goeie argumenten op de spreekwoordelijke tafel mieteren, soms werd bepaald of je voor of tegen was en soms streden we met teams tegen elkaar. Zo’n Lagerhuis-constructie zat meesterlijk in elkaar. We waren niet zomaar een bij elkaar gegrabbeld zooitje puisterige tieners. Nee, er was nagedacht over dit clubje pubers. Zo was Kay, klasgenoot, goeie voetballer en tikkie zelfingenomen een echte aanvaller. Nog voordat een stelling kon worden uitgesproken zat hij al op het puntje van zijn stoel te wippen om wat te mogen vinden. Ik mocht hem wel. Hoe hij met gestrekt been ergens in durfde te rossen, daar had ik groots respect voor. Zonder na te denken dook hij op de vijand en ging voor de bal. Scherp maar respectvol. Vurig. Vol overgave. Zelden was ik het met hem eens. Ik zelf was en ben nog steeds een heel ander type. Ik ben van de verdediging. Ik ben die loeder die de boel een beetje laat ballen en op het moment dat het er op aan komt en het echt te gortig wordt, dan pas ingrijpt. Zo’n loeder. Die ballen weghengst uit het zestien meter gebied. De ultieme Jaap Stam werd ik genoemd. Maar dan met haar.

In het Lagerhuis hadden we twee regels. Eigenlijk drie, maar dat we na schooltijd stiekem bier dronken en rookten in de lerarenkamer heb ik gezworen nooit verder te vertellen. In het Lagerhuis waren er twee gouden regels. Je laat elkaar uitpraten en geeft de ander de ruimte zijn verhaal te doen. Je wordt nimmer persoonlijk en ook al ben je het niet eens met de ander, dan nog scheld je hem niet zijn huid vol. En je rost niemand voor zijn bek. Dat vond ik misschien wel de fijnste regel.

Vol ongeloof volg ik de Zwarte Pieten-discussie. Als een rasechte verdediger zie ik hoe Pro-Zwart het Anti-Zwart te lijf gaat. En vice versa. Kennelijk is niet alleen bij liefde en oorlog alles geoorloofd, maar ook bij een Pietendiscussie. Het is hard tegen hard. Wit tegen zwart. Wie tegen Zwarte Piet is moet oprotten naar zijn eigen land en wie voor is, is racist. Wie de kleur-verandering in overweging neemt is landverrader en diegene die pleit voor het kinderfeest en dus dat we de traditie van het zwarte in ere moeten houden, is een ouderwetse hork. Men wil demonstreren tijdens de Sinterklaas intocht in de hoop een punt te kunnen maken maar wordt tegengehouden op de snelweg door Jan uit Friesland die vervolgens wordt bejubeld voor zijn heldendaad. Je kan niet meer onpartijdig blijven. Je wordt in een team gedrukt, of je nu wil of niet. Laatst haalde ik het in mijn kop op een verjaardag geen standpunt over de hele discussie in te nemen. Kon niet! Ik moest wat vinden. Ik was racist of landverrader. Je moet verplicht in een team. En juist die teams zijn het spoor totaal bijster. De regels die bij het discussiëren horen worden professioneel genegeerd. Niemand mag tijdens de Zwarte Pieten discussie uitpraten. Sterker: de demonstranten kregen niet eens kans van praten. Hen werd hun stem al ontnomen door Jan en zijn achterban die de A27 versperden zodat ze hun weg naar Dokkum niet vervolgen konden. Jan krijgt vervolgens bakken vol media aandacht om zijn heroïsche verhaal te houden. En de andere kant? De anti-zwarten? Waar waren zij? Waar is de voorzitter van een Lagerhuis als je hem nodig hebt? Wie legt de Pieten-praters, ongeacht waarvoor zij strijden, uit hoe je een degelijke discussie voert? Dat je knalt of raaskalt in de zaal en elkaar een handje geeft na afloop? Dat het oké is om alles of in sommige gevallen niets te vinden? Dat je geen landverrader bent als je vindt dat er best een aanpassing gedaan kan worden in een feest en het daarom niet minder leuk wordt en je geen racist bent als je wel wat met dat hele zwarte gebeuren hebt? Wie legt deze mensen uit hoe discussiëren werkt?!

Ik stel voor dat de demonstranten én Friese Jan en zijn achterban eens een kopje koffie komen doen. Dan legt deze Jaap Stam even uit hoe het zit met discussiëren. Dat daar regels bij horen, als je je standpunt wil verdedigen. En daarna? Daarna gaan we roken en bier drinken. In de woonkamer.

RK