Het allerhardst heb ik dit weekend gelachen om het meisje achter de bar. Ik was op het Klompenfeest en bestelde tien bier, een rode wijn, twee droge witte wijn en een zoete witte wijn. De rest van de vriendengroep had nog. Toen zij was uitgetapt, ik had gelapt en ze de volledige bestelling van veertien glazen voor mij op de bar had gezet en daarbij de vier glorieuze woorden sprak: ‘Wil je een traytje?’ Ik dacht dat ik dat ik het in mijn broek deed. Nu had me dat gezien het aantal liters alcohol in mijn lallende lijf niet heel veel verbaasd, maar dat terzijde. Briljant had ik het gevonden als ik ook daadwerkelijk capabel genoeg was om ‘nee’ te kunnen antwoorden en met vijf bier links, vijf bier rechts, twee wijn op elke schouder en eentje op het puntje van mijn neus had weg kunnen lopen. Ik kan buitengewoon veel maar dit gokje waagde ik maar niet.

Nadelig puntje van zo’n Klompenfeest is dat ik ongelooflijke keuzestress ervaar op die avonden en middagen. Er zijn gewoon té veel bekenden en je kunt ze niet allemaal spreken. Daarnaast zijn er een handjevol griezels waar je liever een paar metertjes bij uit de buurt blijft. Da’s ook zo erg. Dan ben je onderweg om een biertje te halen en dan staat ‘ie er: de VaBeDiJeNiTeWiKo. De Vage Bekende Die Je Niet Tegen Wil Komen. Glimlachen en knikken trapt de VaBe niet in dus je zit ongewild ruim een kwartier vast aan de man die over zijn Karper-fetish staat te mekkeren. Het plein staat ondertussen volgestampt met leuke mensen waarvan je weet dat dít het moment is ze even te ontmoeten en bij te kletsen, omdat ze na dit grandioze festijn weer voor een jaar terug duiken in hun holen maar jij staat met Gerard die onverstaanbaar in je oor staat te lallen. Rot op met je kut Karpers. Ik kijk nog liever naar het tenenkrommende voetbal van het Nederlands elftal. Maar da’s ook weer zo wat om dat recht in zijn snuitje te zeggen. Daar gebruik je gewoon een column voor.

Hoe hard ik heb meegevoeld en gejubeld met de Leeuwinnen, hoe ongeïnteresseerd ik nu ben in de mannen. En da’s gek dat dat mijn strot uit komt. Volgens mij zitten de mannen zelf ook liever te klaverjassen. Het straalt geen ene moer uit. Opa Robben was de enige die met zijn gammele lijf het publiek bedankte. Hij klapte na de wedstrijd zijn handen blauw. Gullit stond ondertussen in de kleedkamer geile filmpjes te maken van het Oranje Elftal wat op apathische wijze had gewonnen van Bulgarije. Robben niet. Robben klapte voor de 12e man: het publiek dat bereid was zelfs voor dit sneue potje voetbal een oranje hemdje aan te trekken. Triest. In- en intriest.

Het op één na hardst heb ik dit weekend gelachen om een meisje wat op vrijdagavond een handtekening kwam vragen en schoorvoetend toegaf dat ze een speciaal Renske Kruitbosch groepsappje hadden. Zodra ik wat rijmelarij of lettertjessoep op het internet prik, tippen ze elkaar en moeten ze lachen. En er waren meer mensen die complimenten gaven. Ik vond het prachtig. Zonder publiek geen voetbal. En zonder lezers geen column. Ik wil bij dezen dus een rondje rennen en de blaren op mijn klauwen klappen voor u, als lezer. In de hoop nog een tijdje in de smaak te vallen. En plein public, voor plein public.

RK