Ik had een heerlijk vermakelijk weekje. Als je als politicus met een neus als Pinokkio staat te jokkebrokken en halve waarheden staat te scanderen in de Tweede Kamer én je dan ook nog eens  Halbe heet, dan kun je mij bij elkaar rapen. Halbe Wahrheid. Schitterend. Aftreden wegens gezichtsverlies. Zou de moeder van meneer Zijlstra helderziend zijn geweest? Als we dat allemaal kunnen voorspellen zouden er veel meer hysterische namen ronddartelen dan Wind, Storm en Rainbow-Vanity. Dan zouden we Lulhannes, IJdeltuit en Ego-Jan heten. Bij welke partij deze gastjes aangesloten zitten laat ik maar even in het midden, dat getik over politiek ging de vorige columns niet zo lekker. Niet gelezen? Men vindt mij vrij links. Wat vrij waar is. Mijn ouders hebben dan ook oprecht in overweging genomen me ‘Linksje Kruitbosch’ te noemen. Of Groentje. Maar Groentje Kruitbosch dat was weer zo overdreven. Dan kregen ze als kraamcadeaus vast eikeltjespyama’s. Da’s ook weer zo wat.

Vorige week was ik vergeten een Tena Lady en boterhamzak om mijn telefoon te knopen voordat ik een eind wandelen ging. Ik was zoals gezegd in Marokko waar als je het leven niet meer ziet zitten en je tante Pia je organen ook niet gunt, vooral een slok van het kraanwater moet nemen. Daar is het water in de plons van de Schaeck een modderpoel bij. Ik dus netjes een flesje Ali Baba –verzin ik dit keer niet- in het tasje. Maar Ali had het niet zo met draaidopjes dus die hele santenkraam splasht zo over mijn Samsung Noteje heen. Ik kan nu een grap maken over een Samsung Noodje maar dat doe ik niet. Boem is ‘ho’ en Plons is ‘water’ gold ook voor mijn Taiwanese kwaliteitsproduct dus ik zat drie dagen zonder telefoon. Pas dan besef je je dat het enige ding wat erger is te verliezen je bankpas of je hond is. Dat tweede heb ik niet en op dat eerste sta ik vaker rood dan in het zwart dus het was een behoorlijk persoonlijk drama.

Ik naar de winkel met het rood-met-witte-logo. Ik moet beetje oppassen met het noemen van merken dus ik ging naar de FodaVone. Die winkel, zeg maar. Nieuwe telefoon uitgezocht. Het ding had zo genadeloos veel gadgets dat ik bang was dat het mij zou ontgrendelen in mijn slaap in plaats van andersom. Zoveel gadgets. Zo ook een scherm-ontgrendel-gadget. En die scherm-ontgrendel-gadget die kan door alleen maar je gezicht te bekijken zien of jij het bent en dan wordt je scherm ontgrendeld. Handig? Superhandig! Ging alles maar zo simpel. Ook met partners. ‘Hey, jij hier! Kom maar mee naar de slaapkamer dan.’ Alles is ontgrendelbaar.
Ik dat instellen. Op zondagochtend. Zonder make-up en een beste Bonnie St Claire-lucht uit m’n giechel en Wim Kok wallen. Zo’n ochtend. Het apparaat deed wat het beloofd had en ontgrendelde alsof zijn leven er van af hing. Ik vond het handig en oppercool dat tante Kruitbosch van de prairie zo’n fenomenaal blits ding op zak had die ze met haar eigen reebruine ogen en kuiltjes in haar wangen kon bedienen. Ik voelde een band. Ik voelde me speciaal. Dat deze telefoon alleen haar deurtjes opende voor mij, en niet voor een makkelijk patroontje of een nummertje. De dienaar die met vriendelijke glimlach de poorten des telefoons voor je openen. Alleen voor jou. Deze telefoon en ik hádden iets met elkaar.

Tot het moment dat ik wat make-up op ’t snoetje smeerde. Ik gooi die standaard plamuur op het toetje en wat denk je? Gezichtsherkenning doet het niet meer! Dat is toch humor van de twee na bovenste plank? Na halve-waarheid Halbe kon mijn eigen telefoon de hele waarheid rondom Renske niet aan. Ik was betrapt door mijn eigen digitale device. Dan ga je lekker in je leven, hoor. Ik leed voor een paar seconde aan gezichtsverlies. Misschien was ‘Make-upje Kruitbosch’ of ‘Poederdoos Kruitbosch’ niet eens zo gek geweest…

RK