Afgelopen vrijdagavond stond ik met een roodgeel gekleurde sjaal in de Adelaarshorst met twee halve liters bier en een groepje vrienden naar een afstotelijk stukje voetbal te kijken. Ik mag van mezelf niet zoveel vinden van de voetballerij want ik wil geen schipper aan een wal, of in mijn geval op de B-side zijn maar zelfs mijn moed zakte me in de schoenen. Kansloos van de mat geveegd met een 1-3 nederlaag tegen Cambuur. Tussentijds een discutabel besluitje van de scheidsrechter maakte dat de volledige Adelaarshorst op zijn grondvesten trilde van gezellige liederen over het beroep van de moeder van de scheidsrechter. Een man of 800 zongen de longen uit hun lijven over moeders en hoeren. Zouden ze bij de KNVB daar op selecteren? Dat alleen kinderen van dames van lichte zede mogen fluiten? Daarna werd er gezongen over het wanbeleid van hogerop. Bekking en Flemminx worden op zijn lichtst gezegd uitgefoeterd. De hoge piefen functioneren niet. Ze doen maar wat, volgens de supporters. De adelaren kunnen hun vleugels niet spreiden. Niet vliegen. Na het schallen van de met teleurstelling en alcohol doordrenkte stemmen bleef het stil. Een doelpunt tegen. Nog een doelpunt tegen. Het was stiller dan ik hebben kon. Van doffe ellende hebben mijn vrienden en ik ons maar volgegoten met bier in het supportershome na die tijd. Een kater hadden we toch al en we hoopten met het bier de afgelopen 90 minuten snel uit onze geheugens te wissen. Het bleef nog lang onrustig.

Waar ook nog steeds onrust heerst is op vliegveld Teuge. Het Boze Boeing-verhaal vanaf Lelystad Airport lijkt er echt te komen. De parachutes willen van verdriet haast niet meer open en de staarten van de vliegtuigen hangen sip in het luchtruim. Als ik in mijn achtertuin een sigaret zit weg te hijsen hoor ik de teleurstelling in het brommen van de vliegtuigjes. Af en toe vallen er spatjes water op mijn tuinset. Geen regen. Geen vogelpoep. Het zijn tranen van piloten en parachutisten die zachtjes wenen om het afscheidsconcert van vliegveld Teuge.

Dat concert heeft een voorprogramma en FC Kwinkslag heeft een solo. Er is een protestlied het leven ingeroepen om vliegveld Teuge een hart onder de riem te steken. ‘Stil in de lucht’ heet het Teugse pareltje. Ik zag het ding voorbij vliegen op Facebook en heb met gezonde lichte angst op de play-knop gedrukt. Het viel mee. Ook de songtekst hadden de twee jongens op internet gezet. Ambitie tot een uitverkocht Ziggodome zou ik ze persoonlijk afraden maar het idee is weergaloos. Er wordt bezongen over ‘chuutjes kijken. Over het verwonderen van wat zich niet beneden, maar boven hen afspeelt. Boven in de lucht, en boven in de politiek. Want de politiek maakt er een potje van. Een afstotelijk potje wat over niet al te gek lange tijd ten koste gaat van Paracentrum Teuge. De vliegtuigjes kunnen hun vleugels straks niet meer spreiden. De Boeings razen over niet al te lange tijd harder dan Teuge hebben kan.

Eagles supporters hebben met lede ogen de teloorgang van hun club afgelopen seizoen gezien, in de vorm van afdaling naar de Jupilerleague. Teugenaren ervaren nu hetzelfde. Alleen dondert Teuge geen league uit maar wordt voor eens en voor altijd weggevaagd. Het vliegveld zou willen dat het tijdelijk kon degraderen met een incapabel bestuur. In plaats daarvan wordt bijna 100 jaar geschiedenis van de kaart geveegd.

Het is zondagmiddag als ik in mijn tuin het gezoem van vliegtuigjes hoor. Een parachutist landt in mijn achtertuin. Ik schrik en ren naar het weiland waar een rood gele parachute ligt. Een behuild mannengezicht komt tussen het doek vandaan. Ik herken Bekking. Die wilde voordat het te laat is nog één keer springen. Door die politici van hogerop kan hij straks niet meer zweven aan een parachute. Hij vindt het afdalen heerlijk. ‘Ze zijn allemaal hetzelfde. Ze wijzen allemaal naar elkaar. Niemand doet iets!’ huilt hij, ‘Straks kunnen we niet meer vliegen!’

‘Dat doe je nu ook al niet bepaald…’ antwoord ik.

 

RK