Mijn panty zit tussen mijn billen, m’n lippen zijn roze ingevet en ik heb m’n blue suede shoes aangetrokken. Als ondernemer moet je netwerken heb ik me laten vertellen. Volgzaam als ik ben doe ik dat vanavond braaf. De ober schenkt me mijn derde- nee, vierde Chardonnay in. Ik knik, luister naar mijn gesprekspartner en doe alsof ik verstand heb van block chain. Het enige wat bij dat woord in m’n kop popt is een ketting met blokken. Die je vroeger als kleuter om moest als je mocht piesen. Lijkt me fantastisch als de heer in kwestie waarmee ik praat, in plas-kettingen handelt. Dat je je geld verdient met piesende peuters.

Ondertussen staan er groepjes meneren en mevrouwen heftig handjes en kaartjes uit te delen. Grapje vind ik altijd dat je wéét dat die mensen elkaars namen niet onthouden. Als ik m’n pootje geef aan een onbekend persoon luister ik namelijk niet naar zijn of haar naam, maar hoor ik alleen mijn eigen Kermit de Kikker stem ‘Hai, Renske, hai, ja leuk, heerlijk weer!’ roepen. Behalve als het regent. Dan zeg ik dat het wel heel goed is voor de plantjes.

Dan staan we daar dus een beetje oenig elkaar vragen te stellen over welk werk we doen. Ik raak daar altijd een beetje van in de war. Je hebt namelijk verschillende soorten netwerkers. De categorie ‘ik-doe-vaag-en-na-een-half-uur-weet-echt-nog-NIEMAND-wat-ik-nou-precies-tussen-9-en-5-doe’-ers. Dat zijn de Vaagjes. Vaagjes zitten vaak in ‘online businesses’ en ‘development’. Ik spreek m’n talen wel redelijk maar ik krijg toch altijd een beetje eczeem van al die managementtermen. Misschien is het dus niet die panty die kriebelt, maar wat anders.

Dan is er de categorie ‘I’m-busy-as-fuck-I’m-great’ netwerkers. Dat zijn de Graagjes. Zij netwerken graag. Met hen vind ik het allermooist om te babbelen. Ze hebben een dikke bak, mooi huis en de wereld is van hen. Het mooiste wat er is, om alle informatie uit ze te halen. Ze krakelen het liefst over zichzelf. Na een minuut of vijftien geven ze dan een handje en gaan ze op zoek naar een nieuw slachtoffer voor nog meer populair-geweld. Ik vind dat mooi. Geen één vraag teruggesteld. Het kan zo simpel zijn.

De Klaagjes blijf ik altijd ver van weg. Ik heb sowieso een gezonde afkeer voor mensen die, als ze een plas-ketting zouden dragen, azijn zouden piesen, dus de Klaagjes, daar hou ik me verre van vandaan. Dat zijn de ondernemers die het heel zwaar vinden. De klanten zijn lastig. De tijd is moeilijk. Vroeger was alles beter. De klanten doen niet leuk. ‘Ik zou als klant ook in janken uitbarsten als jij me zou adviseren,’ denk ik en ik zeg het niet. In plaats daarvan richt ik me tot tante Chardonnay. Die klaagt nooit.

Als laatste categorie heb je de Zaagjes. Zij zagen door over hoe succesvol hun bedrijf is en sommen alles op wat ze ondernemen. Zij zijn niet succesvol maar te trots om toe te geven. Zaagjes zagen hun concullega’s graag af en scheppen op over hun omzetten en klandizie. Je ruikt de gebakken lucht. Ik hou wel van gebakken lucht, des te frisser ruikt de mijne.

Op toilet haal ik de panty tussen m’n billen uit en stift ik m’n lippen nog wat rozer. De plas-ketting kon ik nergens vinden. Ik ben hier niet voor gemaakt. Ik wil mezelf niet verkopen. Ik wil geen kaartjes uitdelen en opscheppen over wat ik doe. Ik wil mensen helpen. Samenwerken. Luisteren naar gedreven ondernemers, pret maken en mooie dingen doen. Ik ben niet gemaakt om te netwerken. Ik blijf voor altijd in de categorie Netwerk Maag(d)je. Ongemakkelijk en onhandig. Laat dat netwerken maar aan een ander over. Ik werk wel, zonder net.

 

RK