Ik hijg, kwijl, struikel over mijn eigen tong en ben nog maar een krappe 200 meter van mijn huis vandaan. Bij vertrek, twee minuten geleden, leek dit nog een fantastisch idee. Ik rochel dusdanig hard dat de gemeente in ieder geval niet meer hoeft te investeren in het asfalteren van de wegen in de Spekhoek, laten we maar zeggen. De zomer komt er aan en dat betekent dat juffie Kruitbosch het eigenmondig aangevreten vet weer van jetje moet geven. Bovendien heb ik over een aantal weken een gala en niemand vindt het leuk een glitterende rollade een handje te moeten geven. Het is rennen of rollade. Ik ga voor het eerste. Met een knalroze pakje aan en een veel te grote felroze koptelefoon op hups ik als een blonde rolmops door de contreien van Terwolde en omstreken. Waarom dat fluorescerende pakje? Niet alleen omdat ik dan niet doodgereden wordt door de eerste de beste giertank, het is ook puur om harder te rennen. Uitleggen? Zodra ik een ogenschijnlijk bekende zie naderen is dat sprinten ineens zo zwaar niet meer. Hartstikke leuk dat hardlopen, op papier. Het daadwerkelijk aanschouwen doe ik naasten liever niet aan.

Mijn buurman ziet het tafereeltje lijdzaam aan.
‘Loopt er een stier los?’
‘Nee, Kruubosch is weer dik an ’t worden.’
Ik ben een soort wolf van de buurt. Ieder jaar is het de vraag waar en hoe vaak ik te zien ben. Alleen is dit geen wolf, maar een briesende bizon.
Het lijkt me hilarisch een keer een camera bij zijn raam te zetten, om mij als hijgende hinde vast te leggen. Discovery Channel zal er goud geld voor willen betalen. Die laatste witte neushoorn mag dan het loodje hebben gelegd, een fluorescerende bizon is ook heel bijzonder.
Da’s ook mooi. Als je dan wel die bekende tegen komt. Net op het punt dat je even een momentje wil uitpuffen en tante Ria komt er aan gefietst. En of je nog even een paar honderd meter sprint uit je puddinkjes perst. Om, als Ria de hoek om is, ter aarde te storten. Iedereen die ontkent dit te doen is niet te vertrouwen.

Er zijn dus ook mensen die voor hun werk gaan rennen. Ervóór. Ik doe dat ook, maar dan van badkamer naar kledingkast. Deze mensen doen dat buiten. Op de straat. Nu heb ik het geluk grotendeels zelf mijn werktijden in te delen en het zal u niet verbazen dat dat veelal pas vanaf een uur of 12.00 is dat Kruitbosch start met vlammen. Achter de computer, dan. Dat rennen slaat nergens op. Maar er bestaan dus mensen die een baan hebben waarvoor ze om 07.30 uur in de auto moeten zitten. Ik vind dat nachtwerk. Maar diezelfde mensen die hebben dus gewoon de discipline hun lycrapak aan te trekken en vóór vertrek nog een kilometertje of vijf af te tikken. Ik vind dat magisch. Ik ben al blij dat ik mijn rok niet in mijn panty heb gepropt voordat ik de auto in stap als ik zulke tijden moet vertrekken.

Het is een strijd. Door weer en wind in galop over de wegen van Terwolde. Alles voor de conditie. Alles om in shape te blijven. Of weer in vorm te raken. Makkelijk gaat het nooit worden. Maar ik las laatst: wie altijd maar kiest voor wind in de rug, gaat ’s ochtends van huis maar keert nooit meer terug. Dus voor alle andere strijders op diëten, hardlopers met frisse tegenzin en een ieder die het even niet meer ziet zitten: alleen met tegenwind kun je opstijgen. Of in mijn geval, als je wat lichter bent. Dan ook.

 

RK