‘Zelfs nu hij dood is, kijkt hij nog lief uit zijn ogen,’ zegt de dierenarts.

Een jaar of zes geleden besloot ik een paard te kopen. Ik had er maar liefst een hele week over nagedacht dus het was een goed doordacht idee. Ik werd door alle Anky’s uit de omgeving gewaarschuwd. Ik moest hem laten keuren, door de röntgen halen, afdingen, zadel erbij kopen en vragen hoelang hij TV keek iedere avond. Ik moest kijken wat zijn afstamming was en hoe hoog hij in de dressuur liep. Lees: of ‘ie in de Champions League als Ronaldo liep te shinen of dat ‘ie in de Keuken Kampioen Divisie – ik blijf lachen om die naam – als vierde reserve stond. Ik moest vragen of ‘ie verkeer eng vond en of ‘ie stalgebreken had. Stalgebreken betekent dat ‘ie een beetje aan het pielepallen is in zijn slaapkamer. Ik zou het een gebrek vinden als ‘ie het niet deed. Ik moest doen alsof ik hem niet leuk vond en zo nonchalant mogelijk een bod doen. Ver onder de prijs want handelaren zijn niet te vertrouwen. Ik moest zijn paspoort controleren en een onpartijdig dierenarts meenemen. Schitterend. Oh ja, en als laatste moest ik kijken of ik wel een klik met hem had.

Gezond cynisch als ik ben heb ik álle adviezen per ongeluk in de wind geslagen. Ik ging het rijtje adviezen van achter naar voor af en werd dus verliefd alvorens ik had gecheckt wat zijn vader van werk deed en of ‘ie een beetje kon lopen. Ik kocht een paard dat op het punt stond een enkeltje slager te maken. Hij was mager, dof, boos, hij mankte met één poot (jaaaahaa, been) en hijgde als een astmapatiënt die zware shag rookt. Het was een joekel, 1.82 meter groot, 200 kilo te mager en hij was onbetrouwbaar. Hij jensde iedereen eraf die ook maar dacht eventjes op hem te rijden.

Ruim vijf jaar lang, bijna zes, hebben we elke dag met elkaar opgetrokken. In het begin lazerde ik er vaak af. Om een beeld te geven: ga maar ‘ns op je boekenkast staan en laat je op de grond mieteren. Maar het werd beter. Hij werd liever. Hij werd dikker. Hij begon te glanzen. Eerst zijn ogen. Die grote, bijna zwarte kijkers begonnen na een maand of wat te glanzen. Toen zijn vacht. Heel langzaam. Eerst de uiterste puntjes van zijn haartjes, gevolgd door zijn hele jas. Hij kreeg humor. Hij werd zachter. Hij kreeg spieren op plekken waarvan ‘ie niet wist dat het bestond. Hij werd weer paard.

Waar we elkaar in het begin totaal niet begrepen, kon ik het laatste jaar in een oogwenk zien wat ik aan hem had. En hij aan mij. Zonder ook maar een woord te wisselen hebben wij in bijna zes jaar lief en leed gedeeld. Het was puur. Puur omdat je alleen naar gedrag en gevoel kunt kijken en luisteren. Of ik met hem praatte? Ik praatte meer met hem dan dat ik ooit met een mens zou kunnen. Juist het ontbreken van gesproken taal, maakt dat er een echtheid in communicatie ontstaat die je alleen met een dier kunt hebben. Sinds zijn dood, vorige week zondag, en mijn hart wat gebroken achter me aan bungelt, komen veel méér mensen met hun verhalen. Over het gemis. Dat een dier zo’n speciaal plekje in hun hart heeft ingenomen. Dat er niemand was van wie ze zoveel hielden. Ik dacht dat ik de enige gek op aarde was met een hart voor dieren maar er bestaan er meer. Goddank bestaan er meer.

Ik denk dat het komt doordat we op de meest basale, pure en liefdevolle manier met dieren omgaan. Als we ’t goed doen, tenminste. Zij hebben geen dubbele agenda’s. Zij zeggen niet ‘ja’ en doen vervolgens ‘nee’. Zij hebben geen eigen belang. Ja, wel, hun instinct. Maar ze geven niet om geld, status of mooie spullen. Ze zoeken harmonie, grenzen, humor, gevoel, warmte en respect. Alles wat wij als mens in de kern ook zoeken, maar wat soms ontregeld of verstoord wordt door gekke belangen, macht en geld. Dat kennen dieren niet.

Uiteindelijk draait het daar om. Om gevoel. Het is natuurlijk bizar om als columnist, tekstschrijver en communicatie-gekkie te zeggen dat het gesproken (dus ook het geschreven!) woord er niet toe doet. Dat doet het wel. Maar het gaat om het gevoel dat er achter zit. Woorden zijn de noten van de muziek, maar het gaat om de muziek. Woorden versterken, maar in heel veel gevallen zijn ze niet nodig. Als je dat hebt bereikt, dan voel je écht wat liefde is.

Dit is dus namens Bolero, die heeft gezien dat je met een open, liefdevolle blik weer glans krijgt: zorg dat je altijd, maar dan ook áltijd met een goed hart naar de wereld kijkt en met datzelfde goede hart handelt. Dan zijn woorden, eigenlijk, helemaal niet nodig.

 

Bolero, 22-03-2006 – 02-09-2018

RK