Bakkeleien over het weer is het mooiste wat er is. Vorige week had de zon het op haar heupen en scheen alsof haar leven er vanaf hing. Waar ik twee maand geleden nog vastgevroren op m’n bureaustoel trillend columnpies zat te bedenken, kon nu de zomergarderobe uit de kast. Iedereen die vindt dat ‘het toch wel wat te warm is’, is af en mag niet meer mee doen. Hoepel op, man. 25 graden is heerlijk en als je dat niet vindt boek je een ticket naar Siberië of vertoef je maar een middagje in ‘t  vriesvak van de supermarkt.

 

Ik vind het schitterend hoe naast die zon, ik zelf ook weer alles uit de kast haal. Ik vind zo’n eerste zomerdag altijd zo ongelooflijk ingewikkeld. Ik zeik niet over het weer hoor, dat is heerlijk, maar die kleding. Ineens zijn al die zomerse jurkjes en korte broekjes waar je vorig jaar nog heftig wulps in rond paradeerde op vakantie- héle korte jurkjes en héle blote broekjes. Eerst jens ik de Tanaka langs m’n onderbenen, verf ik m’n tenen in de felste kleur roze en hannes ik mezelf in een strapless bh. Voor de mannelijke lezers: dat is een BH zonder bandjes. Dat ding zit zo strak dat het de boel in de omtrek bij elkaar pusht en het dus geen hang-kabels nodig heeft om de boel omhoog te hijsen. Een vertrekkende bus hollend aanhouden kun je vergeten, tenzij je levensbedreigende situaties wil creëren door loswapperend en -slingerend vlees.

 

Enfin, ik die beenharen gekortwiekt en de bustehouder aangesnoerd. Dan komt dat moment dat je een jurk moet gaan kiezen. Ik schrik me altijd wild van de hoeveelheid huid dat je ziet in zo’n kort spijkerbroekje en hemdje. Na een winter lang als een in veertig laagjes gehulde Eskimo door het leven te zijn gegaan is zo’n dun lappie stof en heel veel arm en been ineens alsof je in je nakie over het Marktplein paradeert. En dat is eng. Dan moet dat haar nog leuk blasé opgestoken en er moet een zonnebril op het dopje. Ik heb meer dan tien zonnebrillen. Dat is omdat ik de krengen kwijt of kapot maak. Daarom heb ik veertien zonnebrillen op veertien verschillende plekken. Zonder hoesje. Op het moment dat de zon dan ook maar iets begint te glimlachen, gaat er een pilootje op het neusje. Ik vind dat lekker. Je kan ongegeneerd de gansche dag voor je uit staren zonder dat iemand het ziet en niemand ziet mijn kleine panda oogjes ’s ochtends voor tien uur. Ik zeg: win-win. Ware het niet dat die glazen onbeschermd mee denderen in het woelige leven van mijn handtas. Gevolg: zonnebril op maar coördinatie volledig kwijt. Zo liep ik in de Albert Heijn een stuk of wat peuters omver en tikte ik met ’t Twingootje een klein paaltje. Gevolg van wat krasjes op de lens.

 

Terwijl ik me door de drama’s van wennen aan het nieuwe weer heen worstel, hoor ik op de radio dat TelSell weer op de televisie komt. Ik ben zo blij als een kind. Vooral de verkneukelde mannenstem die de boel becommentarieerd miste ik zo. Die de klassieke: probleem-oplossing-fantastisch resultaat-riedel het allermooist kan verwoorden en opnoemen.
“Heeft u ook zo’n last van krassen op uw zonnebril? Let dan nu goed op! De ZiZaZonnebril! De zonnebril met kras werend, gepantserd glas!” De man met de stem van alle problemen met alle oplossingen komt terug. Net als de zomer, die goddank weer terug was voor een paar dagen. Ik moest even wennen. Straks ook weer aan de TelSell-man met zijn Ab-apparaten voor vetjes en speciale frituurpannen juist zonder vetjes. Hij gaat straks maken dat ik verbijsterd en geconcentreerd naar reclames over streeploze ramenlap-devices zit te staren en zin krijg om elektroden op mijn bourgondische buikje te plakken om mezelf lichtelijk te elektrocuteren. Allemaal voor dat amazing, fabulous, geweldige resultaat. Hadden we allemaal maar een beetje TelSell-stem in ons hoofd. Dan hadden we voor elk probleem een fantastische oplossing en was het weer voor niemand te warm.

 

RK