Als u deze krant leest, heeft gisteren het halve finale WK duel tussen België en Frankrijk plaatsgevonden. Mijn deadline van de columns is zondagavond dus ik ken de uitslag nog niet. Of ik wil voorspellen? Ik heb afgelopen WK amper gekeken en ga dus niet rommel-raden. Wel ving ik wat glimpjes op van de wedstrijd België – Brazilië. Fenomenaal, wat een team, die ouwe patatbakkers uit het zuiden. De Belgische beesten denderden over Brazilië heen.

Ik vind het altijd schitterend wanneer er een aantal van die drama momenten in een voetbalwedstrijd voorbij komen. Pure slapstick. De ene schwalbe nog twijfelachtiger dan de ander. Super-spitsen en vedette-verdedigers rollen als kermende peuters over de grasmat, waarna er met spoed een verzorger of wat dat veld op komen gekalefaterd. En het állermooiste moet dan nog komen. Dan komt het wonderwater uit het tasje. Wonderwater is het water dat op plekjes wordt gesprietst waar het snikkende spelertje pijn heeft. Als een godsmirakel kan de kermende kleuter vervolgens na een seconde of vijf weer miraculeus hard rennen. Als herrezen uit een tergend langzame dood. Ik gun iedereen een bidonnetje wonderwater. Bestond dat maar voor alles. Ontslag? Druppie wonderwater! Zeikende schoonmoeder? Vervang de koffiemelk voor een lepeltje wonder H2O. En hartenpijn. Liefdesverdriet. Het langzame vergaan van de wereld. Allemaal op te lossen met wonderwater. Dat lijkt me zo fantastisch. Ik zou de hele dag met een plantenspuit in de rondte rennen. De wereld een beetje plezier brengen.

Schitterend, dat Belgische elftal. Ik ben niet zo’n lafbek die, omdat onze eigen oranje snotneusjes niet mee mogen ballen, voor een ander land wordt. Dat vind ik zo kansloos. Wat ben je dan een patjepeeër. Dat doe ik dus niet. Wat ik wel doe is lachen om dat Belgische team. Ik vind dat mooi. Die spirit. Brazilië had geen idee wat ze met de Rode Duivels aan moesten. Naast dat, hadden ze ook geen idee waar dat hele België ligt. België had geen wonderwater na laffe valpartijtjes nodig, het wonderwater zit in hun bloed. Het wonderwater klopt op het ritme van hun hart door hun lijven en geesten.

Ondertussen zit er in Thailand een half elftalletje met hun trainer in een ondergelopen grot. Gelezen? Ik word al claustrofobisch in het badhokje van het zwembad, laat staan in een vier kilometer lange grot. De grotten waren toen de kleine Thaitjes er in gingen nog begaanbaar, maar lopen nu gestaag onder water. De jongetjes en hun trainer zitten als ratten in een val. Het zuurstof raakt op en er moet actie in de tent. Of in dit geval: reddingswerkers in de grot. Ik kan me geen voorstelling maken wat die jongetjes tegen elkaar zeggen. In het pikkedonker. Peppen ze elkaar op? Zijn ze een soort België die de teamspirit te pakken proberen te houden? Zingen ze liedjes? Hoe bang zijn ze? Weten ze dat hun grot onder water loopt? Eén ding weet ik wel. Als er wonderwater bestond, was er maar één plek waar het heen moest. Niet naar de sterren-voetballertjes op het WK. Nee, het moet met liters naar de grot-voetballertjes in Thailand.

Eigenlijk best een fijne metafoor. Een plantenspuit vol wonderwater. In het vervolg is geen situatie mij meer te gek, want ik heb een plantenspuit met wonderspriets. Voor elke klote situatie een slokkie. Voor elke achterlijke schwalbe die een ander maakt, een scheutje. Alles wat mis gaat of humorloos is, spriets ik onder. Tot hoeveel liter gaan die plantenspuiten eigenlijk…?

RK