‘Dan doe je verdomme toch gewoon handschoentjes aan?’ en de vrouw in huispak gooit een briefje en wat muntstukken tegen het glazen tussenschot. Sta in een tankstation en de klant voor me wordt verzocht met pin te betalen. Wat veiliger, in verband met het Covid-geknooi. De olijke pompbediende kijkt verbouwereerd naar het geld. Een Corona-klootzak, de zoveelste op rij. Het spreekwoord moet worden aangepast. In liefde, oorlog en in Corona-tijden is alles geoorloofd.

We zijn tolerant wanneer en zolang het ons uit komt. De geldsmijterij is een micro voorbeeld van het handelen, afgelopen weken. Veel mensen vragen wat ik van het Dam-gedram en de Halsema-hectiek vond. Moet ze aftreden? Sorry zeggen, of ik bedoel: appen? Niks doen? Denk vooral dat we ons een aantal zaken moeten afvragen. Wat als de burgemeester een rechtse heer was geweest? De demonstranten de Nederlandse boeren? Of kinderen? Wat als de demonstratie niet over racisme ging?

Het protest liep uit de hand. Dat is wat ik zag. Waar we maanden lopen te hannesen om ons aan te passen aan het 1,5 meter gelul en velen in quarantaine bleven, stond er nu ruim 5000 man, soms zonder snuit-kap en op 1,5 centimeter afstand, te schreeuwen dat ‘Black lives matter’. But don’t all lives matter? Black, white and every color in between? Als dat zo is, waarom houd je je dan niet aan de doodsimpele afspraken? Ligt de verantwoordelijkheid niet grotendeels bij betogers, zo als de verantwoordelijkheid afgelopen maanden bij de inwoners van Nederland lag? Als je zo goed weet welke lives allemaal matteren, dan snap je toch ook hoe je moet demonstreren? Of is in liefde, oorlog, Corona-tijden én tijdens demonstraties alles geoorloofd?

Als je wil, vind je altijd een stok om mee te slaan. Hals heeft pech. Dikke, vette pech. Mensen worden fel als het op racisme aankomt. Omdat men van iets beticht wordt, waarvan men niet weet dat het onbewust bestaat. Het is de Zwarte Pieten-discussie in het kwadraat: we voelen ons aangevallen. En de burgermoeder van Amsterdam, steunt die aanval. Een (Groen) linkse vrouw. Als Femke, Eberhard had geheten, was dit hoogstwaarschijnlijk af gedaan met een ‘hij was een beetje dom’-etje, was er sorry gepreveld en werd er gesust dat het van moed getuigd dat hij opkwam voor de donkere medemens.

Femke is de pompbediende. Tolerantie tot het tussenraam. Terwijl het moet gaan over het grotere geheel; het onbewuste racisme. All lives matter.