‘Iedereen, Rens, echt iedereen,’ hij neemt een slokje van zijn witbiertje, ‘zou eens uit zijn comfortzone moeten stappen.’

Ik zit met een vriend op een terras. De vriend heeft een jaar of vier geleden zijn stropdas verwisseld voor een rugzak en reist sinds die tijd af en aan tussen Nederland en de rest van  de wereld. Het was het type showbink. Snelle bak, een wisselend lekker wijf op de bijrijdersstoel en hij had geen geld als water maar als zuurstof. Nu zit er een zongebruinde Adonis met een dun vlasbaardje en halflang, ongekamd bruin haar tegenover me op het terras. Ik heb hem voordat ‘ie vertrok gezworen dat als hij ofwel een beanie ofwel ineens met een tentzeil als broek met kruis tot zijn knieën kwam aanzetten, ik hem een klein tikje tussen de beentjes mocht geven. Hij draagt een spijkerbroek.

‘Kijk, Rens, als je reist, dan besef je pas hoe goed we het hier hebben. Dat wij niet mogen klagen. Dat wij goed begaanbare wegen hebben. Dat we schoon drinkwater hebben! Daarom wil ik reizen. Ik wil niet settelen. Kom uit je comfortzone! Dan leer je pas wat leven is!’

Ik vind het mooi als anderen ratelen. Vooral als dat over dingen gaat waar ze intens in geloven. Dan luister ik niet zozeer naar de woorden, maar hoor ik enkel de overtuiging aan. Ik vind dat prachtig. Niets is mooier dan een overtuigd mens, dat gelooft in zijn eigen idee of leugen.

‘Je leert het zien, Rens. De wereld. Je leert kijken! Ik stond op een vliegveld in Los Angeles en ben blind in een vliegtuig gestapt. Wat denk je?’

‘Je kwam op Teuge of Lelystad uit?’

‘Dubai! Nog nooit geweest! Totally out of my comfortzone!’

De ober komt langs en ik besluit even totally out of my comfortzone te gaan en een blond biertje te bestellen. Het begin is er. De vriend oreert verder over grenzen verleggen, vastroesten in eigen leven, doodgaan in een dorp als Twello en nog meer dingen ‘die ik vast niet begrijp gezien ik geen reiziger ben’.  Ik kan een hoop hebben, maar ik word altijd een beetje kriebelig van mensen die mij gaan uitleggen wat ik wel of niet begrijp. Je mag een hoop voor me bepalen, maar niet wat ik begrijp en wat niet. Na twee uur staat ‘ie op en laat me betalen, hij is aan het sparen voor een volgende reis en wil absoluut geen geld uit geven.

Ik zit in mijn eentje nog wat na te glimmen met mijn derde blond biertje en vind dat hele ‘uit je comfortzone stappen’ de meest krankjorum uitspraak die ik ooit gehoord heb. Er gaan volgens mij een heleboel dingen mis als mensen dit krakelen.

Want wat is die comfortzone precies? Is dat het hier en nu, waar je je veilig en comfortabel voelt? Waarom zou je dat willen of MOETEN verlaten? Is het niet zo dat juist IEDEREEN zijn comfortzone zou moeten zoeken? Dat wanneer je uit je zogenaamde comfortzone stapt, je juist op zoek bent naar jouw comfortzone? Dat het kennelijk knetter oncomfortabel was en je dolend zoekt naar een beter bestaan? Bedoelen we met die hele uitstapperij van die zone niet gewoon ‘af en toe je grens verleggen, iets doen wat je eng vindt en een beetje gek doen’? Dat is toch iets heel anders?

Bovendien, als we allemaal als een hysterische backpacker intens uit onze zones aan het stappen gingen, dan werd het een mooi boeltje. Dan lagen de wegen er niet zo strak bij in Nederland, want dan was Bas van de Gemeentewerken niet Bas van de Gemeentewerken maar Bas van Cambodja. Die met een backpack op, uit zijn comfortzone aan het stappen was. Dan was het drinkwater niet schoon omdat Vincent van Vitens nu Vincent in Thailand was.

Ik hoop voor de vriend dat hij geluk haalt uit zijn reizen. Ik geloof in dromen en dat het verlangen naar dingen maakt dat we in beweging blijven. Hij zal in India stiekem af en toe zijn hutspot met Unox missen en Jannie die al 82 jaar in Wilp woont, droomt zo nu en dan van de Himalaya. Zo is het leven. Zoek je comfortzone, welke dat ook mag zijn en hoe hij er ook uit ziet. En doe elke dag iets dat je eng vindt. Zoals ik het elke week eng vind, om op ‘verzenden’ te klikken.

 

RK