Op het moment van schrijven van deze column is de persconferentie nog niet geweest. Wel weten we al dat de hele mikmak op slot gaat. Alleen de bigboys blijven open – de supermarkten, dus. Die kunnen het geld hard gebruiken! Door corona werken de salesmanagers veel meer thuis dus er moeten bonussen komen voor leuke uitbouwtjes of verhuizingen naar het platteland.

Als ik een beetje zou mogen Ganzeborden met Nederland had ik het knetter andersom gedaan. Gooi de supermarkten dicht en de ambachtsberoepen open. Laat mensen weer hun best doen om aan voedsel te komen. Grijp een fiets en tokkel naar de groenteboer. En de buitenlui? Die kunnen bij de buurman kopen.

De kledingwinkels maken snert en de horeca opent gluhweinkramen. Niemand kan meer gulzig en inhalig inkopen, de feestjurk van vorig jaar komt uit de kast. ‘Het wordt een héél andere kerst dit jaar,’ kakelde een vrouw op tv. ‘En da’s maar goed ook,’ dacht ik er zachtjes achteraan. We moeten leren van deze periode, hoe hard en vreselijk ook. Dat het niet gaat om de mooiste paillettenjurken, veel te veel vreten en peperdure wijn. Een sobere kerst, met lichtjes in de boom en in de ogen. Geen pijn in de buik van het eten en in de kop van het elkaar de hersens inslaan.

Het is even niet anders. Ik zie op sociale media dat deze situatie wordt vergeleken met de onderdrukking van de Tweede Wereldoorlog. Dan ben je niet goed bij je paasei. Als je zulke domme woorden in je snoet neemt, stel ik een levenslange, persoonlijke lockdown voor.

Thuis versier ik de bomen. Ik schrijf wat cabaret en oefen wat standup comedy. Tijdens het bomen versieren, fietst de buurman langs. Ik had hem in geen dagen gezien. ‘Dag,’ roep ik. ‘Dag,’ roept hij. Een paar uren en lichtsnoeren later fietst hij weer richting mijn boerderij. Slingerend stapt hij af. ‘Wat maak je de bomen en het huis mooi, prachtig,’ begint hij. Ik glimlach. ‘De kinderen uit de straat hebben het nergens anders meer over. Ze vinden het magisch. Er komen lichtjes in hun ogen,’ en hij pakt een zakdoek uit zijn zak. Frisse lucht geeft loopneuzen. Uit zijn fietstas steekt een prei. Hij ziet me kijken. ‘Preisoep,’ fluistert hij. ‘Lekker,’ geef ik toe. We staren nog wat naar de duizenden lampjes. ‘Een gekke tijd,’ mompelt hij, ‘maar broodnodig.’ Hij knipoogt en fietst weg. 86 jaar levenservaring en een gezonde hekel aan supermarkten.