In de stad ben je niemand.

Tijdje terug zwierf ik rond in een grote stad. Een vriendin wilde ‘een dagje lekker winkelen’ en dacht dat ik daar goed gezelschap bij was. Ik hou niet zo van winkelen, maar ben een prima tassen-tiller.

De grote stad is fascinerend. Zoveel mensen. Hoge gebouwen. Drommen dames die naar koopjes snakken. Massa’s mensen met grote tassen ingekocht waar. Discussiërend waar ze zullen lunchen. De geur van snackbar, gemengd met zoete wafels en koffie vullen de neuzen. Ze ruiken het niet. In de winkelstraat wordt er maar één zintuig gebruikt; het zien. Kijken en kopen.

In een dorp ben je iemand. De buurman van Henk, de zoon van de slager of de juf van de basisschool.

Al slenterend door de straten denk ik aan een gesprek dat ik laatst had. Het was in de kroeg, het zal u niet verbazen. Het was een gesprek met één van de meest wijze vrouwen die ik ken. Ze is klein van stuk maar lijkt de wereld in een vingerknip te kunnen verraden en verkopen.
Ik vertelde haar dat ik het liefste geef en deel. Niet online maar in het echte leven. Zomaar, om een ander blij te maken. Ik vertelde haar dat sommige mensen dat niet snappen.
‘Als je iets geeft vanuit het hart, is dat het mooiste geschenk wat je iemand geven kunt,’ fluisterde ze, ‘dat moet je niet willen uitleggen, daar zijn geen woorden voor.’
Ze keek me doordringend aan.
‘Vroeger waren wij arm. De vuilnismannen kregen met kerst onze laatste gulden en een plak koek. Daarna aten we een week droog brood,’ vervolgde ze.
‘Het gevoel dat geven geeft, daar kan geen miljoen gulden tegenop.’

In de stad ben je niemand. In de holle winkelstraten wordt niet gegeven, er wordt genomen. Tassen vol met tijdelijk geluk. De euforie van het kopen is na een paar seconden verdwenen, terwijl de magie van het geven blijft. Doordat er een soort verbondenheid ontstaat tussen mensen. Ik help jou. Jij bent belangrijk genoeg om een cadeautje te geven. Jij bent voor mij iemand. Daar hoef je niet voor in een dorp te wonen.

Bij thuiskomst zijn de dieren door het dolle. Voor hen ben ik de knuffelaar of de voerder. Voor u ben ik columnist en voor één zwerver in de grote stad, was ik de gever van een avondmaal.  Delen is zo mooi. Als je deelt, voel je je iemand en laat je iemand, zich iemand voelen. Dat doet wat met een ieders hart. Daar zijn geen woorden voor.