Vorige week las ik een artikel dat de taal die we gebruiken, onze gemoedstoestand kan beïnvloeden. Je kunt je mood dus voor de gek houden door het gebruik van blije leuzen. Ineensvoel ik mee met Moppersmurf en begrijp ik dat Emile Ratelband inmiddels zoveelgetsjakkaaaaaat! heeft dat die man niet 20, maar 120 jaar jonger moet worden verklaard. Een deel van dat taal-verhaal klinkt logisch. Alleen vraag ik me af of we te maken hebben met een kip en ei verhaal: is het niet zo, dat wanneer je je rot voelt, je automatisch minder blije tekst gebruikt? Je kunt volgens dit onderzoek jezelf dus blij of sneu leuteren. Maar… Met die wetenschap kunnen alle psycholoogjes toch hun biezen pakken en alle farmaceutische oppep-pil-bedrijven hun deuren sluiten?

‘Ik neem hem,’ zeg ik.
‘Die staat je ook echt fan-tas-tisch!’ kirt de verkoopster.
‘Dankjewel. Ik hou m’n buik in. Maar ik neem hem. Dan hou ik wel mijn buik in, voorgoed.’
‘Helemaal goed!’
En daar ontstaat de kortsluiting in mijn hoofd. Dames, tussen een jaar of 19 en, laten we zeggen, 50 jaar, hebben een soort eigen taal ontwikkeld op een manier waarop het me jeuk bezorgt. Kennelijk hebben meiden tussen de 19 en 50 jaar een secret language ontwikkeld en daar is ‘helemaal goed’ het eerste gebod van. Ze sluiten er deals mee, ze ronden er telefoongesprekken mee af en gebruiken het als ze ergens geen klap van menen. De ‘helemaal goed’ is een geheim codewoord en lijmt alles.

Ergens denk ik dat het artikeltje nog wel eens waarheden kan bevatten. Ikzelf ben een fervent superlatieven-gebruiker. Vooral in mijn gesproken taal ben ik de koning van de bijvoeglijk naamwoorden. Maakt me dat dan ook extremer in gevoelens en pieken en dalen? Zou die keuze voor woorden mijn eigen mojo beïnvloeden? Maakt dat mij die uitgesproken pretletter of intense droeftoeter? En wat doet ome Humor hier nog bij? Daarover las ik, in een ander vakblad, dat je humor nodig hebt om zaken te verwerken. Dat humor, vrijwel altijd, onbewust, gemeen bedoeld is. Humor wordt gebruikt om fragiele zaken aan het licht te brengen. ‘In ieder geintje, zit een seintje,’ is de favoriete uitspraak van één van mijn vrienden. Is dat zo? Is humor de cover-up om te beledigen en waarheden te omzeilen, maar hetzelfde te zeggen?

De ‘helemaal goed’ begint te integreren, ook bij mannen. De uitdrukking verovert langzaam plaats in onze gesproken taal en ik begrijp er niks van. In mail-land begint ook het één en ander te rommelen.
‘Goeiemorgen toppers!’ begint het mailtje.
Nog zo’n parel. De ‘topper’ is een afgeleide van het woord ‘top’, dat door velen gebruikt wordt. Steeds meer mensen vullen dat ‘top’ vervolgens aan met ‘helemaal’, wat een overtreffende trap wordt van ‘helemaal goed’. ‘Helemaal top!’ luidt het. Ria, ik heb alleen even het bakje van het koffiezetapparaat geleegd! Dat is niet ‘helemaal top!’ Dat is fijn. Of aardig. Of oké. Helemaal top! Is als je het klimaatprobleem kunt oplossen of kunt zorgen dat Trump aftreedt. Dat is helemaal top. Koffiebakje legen is oké.

We hebben meer superlatieven nodig om een boodschap over te brengen. Als iemand alleen antwoordt met een simpele ‘oké’, dan wordt er gevraagd of er iets aan de hand is. ‘Oké’ voldoet niet meer. Zodra iemand ‘oké’ terug appt is ‘ie boos, verdrietig of heeft ‘ie geen zin om met je te praten. Terwijl in de kern het woord ‘oké’, eigenlijk… Helemaal oké is. En als we meer superlatieven nodig hebben om ons uit te drukken, wat zegt dat dan over onze gemoedstoestand? Als we dingen ‘helemaal goed!’ of ‘helemaal top!’  vinden, daar is geen blijere versie van, toch? Hoe moeten we onszelf dan nog blij lullen? We zitten al op het maximum qua communicatie. We ‘helemaal’-en onszelf al tien slagen in de rondte, hoe veel blijer kunnen we nog worden? Ik ga proberen een revolutie in te zetten in de minder opgeflufte communicatie. We gaan weer back to basic. Dat, wanneer we het écht nodig hebben, we altijd nog kunnen ‘helemaal’-en. Iedereen die nog ‘helemaal goed’ zegt ram ik voor z’n bek en de ‘goeiemorgen toppers’ negeer ik totdat ze smekend aan mijn voeten liggen. Dat is natuurlijk een grapje. En in ieder geintje, zit een seintje. En dat is helemaal goed! 3