Ze tikt me op mijn schouder en kirt: ‘Renske, toch? Jeetje. Wat ben jij goed opgedroogd,’ en ze glimlacht. Die uitdrukking heb ik nooit begrepen.
‘Echt. Knap gewoon. En slank!’
Ik krijg warme oren en er komt geen geluid. Ik sta op het dorpsfeest met anderhalf bier in mijn hand en huisgenoot haalt een frietje.

Zonder jou was er geen muziek, rapt Rapper Snelle. Fenomenaal goed liedje met een nog veel fantastischer achterliggende gedachte. De kracht van het woord. Hoe woorden in je hoofd kunnen kruipen en hoe je geest ze voor waarheid aanneemt. De herhaling van die galmende leuzen, die je doen bevriezen of juist doen vechten. Zij riep rotwoorden en ik geloofde ze.

‘Ik had je bijna niet herkend, joh, Renske. Gaat goed met jou, hè?’
Ze neemt nonchalant een slokje van haar rosé. Ik vind rosé niet lekker.
‘Ja,’ en ik frommel aan m’n vingers.
‘Ja, jeetje. Je ziet er echt goed uit. Je bent mooi.’ Haar jasje ruikt naar nat leer en ze heeft haar haren niet geverfd.

Alleen met tegenwind kun je opstijgen. Mooie uitspraak, wel jammer dat je dat pas beseft als je al boven de wolken zweeft. Zij was mijn tegenwind. Zij is de galmende stem die heel lang heeft geroepen dat ik te dik was, dat ik het niet waard was en dat ik nooit vrienden zou maken. Zij is mijn neerslaande ogen, als iemand een complimentje maakt. Zij is de stem die nooit genoegen nam met een maatje 36/38. Zij is angst. Zij is mijn waarheid.

Ik neem haar in me op. Ze ziet er hetzelfde uit als in groep 7. Ik klaarblijkelijk niet.
‘Cabaret, doe je nu ook, hè? Ik vind je ook zo grappig,’ en ze strijkt met haar hand over mijn arm. Mijn jasje ruikt naar bier en bloemetjes.
‘Dankje. Dankjewel,’ ik glimlach en draai me om.

Bedanken voor het complimentje, deed ik niet. Ik bedankte haar omdat zij de reden is dat ik grapjes maak. Zij is de reden dat ik relativeer. Hard werk. Mensen wil helpen, vooral helpen met geloven in zichzelf. Dat de stemmen veel maar vooral niks zeggen. En ik bedankte haar voor de humor. Humor redt alles. Het redde mij. Het maakt luchtig, zorgt voor goede sfeer. Door haar pesterij, doe ik nu wat ik het allerliefste doe. Door haar stem ben ik nu, eindelijk in de wolken.

‘Sta jij nou ordinair patat te eten? Krijg je een onderkin van, hoor,’ en de knappe kerel trekt zijn neus op. Mijn slanke en prachtige huisgenoot rijgt nog een extra patatje aan haar vorkje.
‘Doe ‘ns normaal,’ en ze neemt een hapje frituur. Die stem raakt haar niet.
De knappe kerel loopt door. De wereld en de vrouwen aan zijn voeten. Uit verveling doet hij vervelend. Daar komt dat woord vast vandaan.
‘Jammer he, dat ‘ie dat zegt. Superonaardig,’ zegt huisgenoot met volle mond.
‘Ja. Die heeft iets te weinig tegenwind in zijn leven gehad,’ en we lachen ons slank.