Een bange BN’er meent zeker te weten ‘dat ze Corona heb,’ en neemt een hijsje van haar sigaret. Ik kijk naar een vlog. De zonnebankbruine brunette vervolgt.
‘Ik ken d’r niks an doen. Ik ben gewoon schijtbang. Ik heb al mondkappies gekoch en ik ga nie meer naar buite, hoor. Ik hou de deur knettah-dicht.’
Ze rochelt in haar vuist. De dokter zei dat het longontsteking was. Dat vond ze niet zo erg. Corona wel.
‘Mag wel een matrashoes omheen met die extreem opgespoten lippen,’ hoor ik mezelf mompelen en ik grinnik van troosteloosheid. Het is maar net wat we groot maken.

Had eigenlijk besloten niet over Corona te schrijven. Te makkelijk. Te open deur. Hoewel, met dit virus gaan er vooral veel deuren dicht. Alles in quarantaine. De angst lijkt erger dan het virus zelf. Wanhoop. Radeloosheid. Het virus had geen Corona, maar Desperados moeten heten.

Als ik op iedere hoek van de straat het woord Corona hoor, wil ik ineens weten hoe het met de bierketen van Nederland gesteld is. Logisch. Niet zo best, las ik in de krant. Gemeenten en alcohol-clubjes lopen te zeiksnorren over de pils-paleizen. Mag niet. Zuipen niet. Roken niet. Pret hebben niet.
Natuurlijk moeten die gasten zich niet ieder weekend naar de geverderrie tetteren. Soit. Maar hoe zit het de voorzieningen voor de jongeren tussen de, pak hem keet – eh, beet, 15 en 25 jaar? Welke leuke (betaalbare) kroegen zijn er voor die gasten en grieten? Die lui hoeven geen haute cuisine en dure hippe drankjes. Die gasten moeten voor een eurootje een groene knuppel kunnen lostrekken. Verantwoordelijkheid alcoholconsumptie bij de ouders neerleggen, zorgen dat veel te jonge drank-doerakken geen rum kunnen kopen in de supermarkt en een captain Keet aanstellen voor aansprakelijkheid van de kudde. Klaar is Klara.

Er wordt zoveel vernield in de dorpen, door keetgangers, lees ik in het artikel. Ligt dat aan de locatie of de alcohol? De keet is nu een ondefinieerbaar iets. Het hangt tussen kroeg, hok en tuinhuis in. Niet verbieden. Maak het fenomeen keet groot. Belangrijk. Laat maar zien wat er gebeurt. Open met die deuren! Niet dicht. Dan zoeken die gasten wel een andere plek om te drinken en te ouwehoeren. Maar goed ook. Jongelui moeten keten.