Mijn neef is politieagent en rijdt privé wel eens door rood. Mijn tante heeft een bakkerij en ontbijt dikwijls met fruit. De juf spiekt op haar eindexamen en de tandarts poetst als hij dronken is zijn tanden niet. Zo doen we allemaal wel ‘ns iets wat niet mag. Dat er bij Grapperhaus camera’s aanwezig waren, maakt het alleen maar intens kneuterig. Wat een domoor. Als je dan je eigen regels overtreedt, doe het dan stiekem. Net zoals Eloise van Oranje stiekem een sigaretje probeerde weg te lurken tijdens haar introweek. Die werd door een laffe fotograaf op de plaat geklikt. Ik vond het de mooiste foto die ik dit jaar had gezien. Lekker lurken, Lowietje. Als ik Constantijn en Laurentien was geweest had ik een slof zware shag gekocht, een tattoo bekostigd en je op sloer-vakantie naar Cherso gestuurd. Geen grap.

Dat ik ons mensen een raar ras vind, moge duidelijk zijn. Dat blijkt zeker met het publiceren van deze foto’s. Wat wil je bewijzen? Grap snuffelt teveel aan zijn gasten, Lowietje aan een peuk. Dat is toch juist prachtig? Menselijkheid. Mislukte menselijkheid. Niet van Lowietje – die moet vooral lekker jong en wild zijn en dronken van wodka en verliefdheid door de straten zwalken. Maar Grap is toch snoezig? Waarom gaan we daar met zijn allen boos over doen? Hoe leuk was het vroeger om je vader, je grote voorbeeld, met een borrel te veel op te zien?

Ik moest vooral lachen om die twee maal 390 euro die Grap overmaakte naar het Rode Kruis. De coronaboete. Kleine 800 ekkies! Zoveel kostten de schoenen van vrouw Grap. Ik had het mooier gevonden als ze het feestje goed door hadden getrokken. Deurklinken aflikken. Kwijlend en geilend over elkaar heen rollen langs het lopend buffet. En de volgende dag dronken en katerig spijt betuigen. Dat was pas mooie televisie.

Ondertussen gaan de omzetten van de doe-het-zelf-zaken en supermarkten door het dak, terwijl de horeca de marathon bijna moet opgeven. Misschien moeten we ons daar eens druk over maken, in plaats van kiekjes van huwelijken. Dat de klus-toko’s en Appies en Jumbo’s een (fooien)potje maken voor de horeca. Niet tegenover elkaar, maar naast elkaar staan. Zonder anderhalve meter afstand. De uitgeputte horeca mag leunen op de omzettoppers. Daar is geen brullefte voor nodig.