Ik ben gek op social media. Het enige platform wat mij een beetje ondefinieerbare jeuk geeft op intieme plekjes is LinkedIn. Ik zeg het maar gewoon. Zelf kreeg ik laatst een heuse LinkedIn training en heb mezelf een account door de strot laten drukken. Ik voelde me als Marianne Thieme op bezoek bij Shell. Reuze ongemakkelijk en paniekerig. Ik vind het namelijk fascinerend wat er op dat platform gebeurt. Je moet jezelf tentoonstellen. Als professional. Ik vind dat zó mooi. Eigenlijk geef je een kijkje in je eigen protserige keuken om opdrachten binnen te harken. Of je gebruikt het als een soort online datingprofiel voor nieuwe werkgevers. Die kunnen dan met één klik op de knop zien hoe committed, sustainable en eager je bent. Trots pleur je alle seminars en afgeronde projecten op je LinkedIn. En léuk dat het was! En léérzaam! En agile, inspiring en futureproof! Inmiddels loopt het kippenvel me naar m’n kleine teen.

Laatst belde een vriendin. Ze heeft een goeie baan en mocht een tijdje een nog betere baan, binnen hetzelfde bedrijf, bekleden. Ik moet dat met een chique woord ‘interim’ noemen. Ze was interim huppeldepup-manager. Ze deed het fenomenaal goed. Dat vond zij niet alleen, maar dat benaderde haar leidinggevende al schouderkloppend ook. De vriendin wilde de functie wel voor het eggie. Dat ging helaas nog niet, volgens haar leidinggevende. Die leidinggevende wilde, komt ‘ie, ‘eerst even benchmarken’ alvorens hij overging tot het benoemen. Ik wist de exacte definitie van benchmarken niet, dus ik zocht het op. Het is ‘in een referentiekader zetten’. Beetje vergelijken, dus. Samengevat was de leidinggevende van mijn vriendin dus aan het zakelijk daten met haar maar zette desalniettemin zijn Tinder nog even op scherp. Nee, serieus! Het is niets minder dan een stukje kijken of het gras groener is aan de overkant. Ik vind dat mooi. Niet voor mijn vriendin. Maar hoe kennelijk dure woorden als benchmarken maakt dat je ongeoorloofd zakelijk mag rondsloeren op de arbeidsmarkt om te koekeloeren of je beter krijgen kunt. Iedere leidinggevende die het woord benchmarken in zijn mond neemt, is dus gewoon een ordinaire Tinderaar.

Er komen vacatures voorbij, op LinkedIn. Bedrijven – vooral heel veel HR dames en heren – zijn op zoek naar nieuw vlees. Met zorg gekozen woorden moeten de perfecte kandidaat opleveren. Ik zie woorden als ‘hands-on mentaliteit’ geschreven staan. Heb het weer opgezocht en het betekent dat een bedrijf geen denker, maar een doener zoekt. Volgens mij is denken, ook een soort van doen, toch? Dat dóe je toch? En wat is de tegenhanger van hands-on? Hands-off? Head-on mentaliteit? Wie helpt me? Pareltje vind ik ‘enthousiaste doorzetter’. Stond bij een vacature voor secretaresse. Niks mis mee, zou je zeggen. Maar stel je even een doorzetter voor. Ik vind het mooi als mensen doorzetten in sport. Niet opgeven. Doorgaan tot het einde. Maar stel dat je secretaresse een doorzetter is? Daar was deze functie voor. Of je nu wil vergaderen of niet, je secretaresse zet door! Ze grijpt je bij je bureaustoel en ropt je door de deur. Doorzetten zal ze. Over het algemeen vind ik doorzetters niet zulke hele fijne mensen. Je moet weten wanneer het genoeg is. Doorzetters zijn doordrukkers en dat vind ik niet leuk. En al helemaal niet als ze dat met enthousiasme doen. Dat je soms doorzet dat is dan zo, maar hopelijk wel met wat frisse tegenzin. Niet enthousiast.

Inmiddels heb ik een connectie of wat en plaats ik af en toe een bericht in de jungle van LinkedIn. Je moet wel zichtbaar blijven, en zeker voor een prairiegirl als ik is dat retebelangrijk. Zeggen de mensen. Als columnist is het namelijk zaak dat mijn business wel sustainable blijft. Ik moet eager blijven. En agile. Of, in normaal Nederlands: ik moet duurzaam en gretig zijn en blijven bewegen. Gewoon, een beetje je best doen, dus. Hard werken en veel lachen. Inleven en alles geven. Kennelijk niet belangrijk genoeg, want er is nog geen kietel- of jeukwoord voor te vinden.