‘En wat deed jij toen, tante Rens?’

Het is het jaar 2038 en ik zit met mijn nichtje van 27 aan tafel. Ik drink nog steeds graag wijn en het nichtje is prachtig. Ze is blond, lief, intelligent en ze straalt. In deze scène zit ik steevast met haar aan een houten tafeltje in een bruin cafeetje. Ze zal me vragen stellen over hoe het vroeger was en ik zal zo goed als ik kan antwoorden. Ze vraagt me mijn inmiddels ouwe hemd van het lijf. Ze wil weten hoe het vroeger ging, hoe de mensen waren, hoe ik was en wat ik deed.

Die scène, in dat oude bruine cafeetje met mijn nichtje van dan inmiddels 27, houdt me weg van veranderings-bangheid. Want dat zijn mensen van nature, bang voor verandering. Dat houdt soms een boel goede dingen tegen. Op het moment dat ik merk dat ik het lastig vind een stelling in te nemen over een (politiek) gevoelig onderwerp, stel ik me in gedachten voor dat ik mijn nichtje van 27 jaar in 2038 moet uitleggen wat ík toen deed. Ik wil trots kunnen antwoorden.

‘Ik vond dat Zwarte Piet moest veranderen,’ antwoord ik.
‘Was het echt zo, tante Rens, dat niemand door had dat Zwarte Piet verwees naar slavernij?’ en ze neemt een slokje van haar Chardonnay.
‘Nee. Maar Zwarte Piet hoorde al eeuwen bij de traditie. Bij het kinderfeest Sinterklaas. Dat één of andere schrijver in 1850 zwarte slaafjes in clownspakjes bij een blanke heilige tekende, daar hadden de voorstanders van zwarte piet niets mee te maken. Zij wilden dat het bleef zoals het was. Dat de donkere mensen niet zo moesten zeiken. Ze hadden wel genoeg van ons land geprofiteerd, riepen ze,’ vertel ik.
‘Waren ze bang?’
‘Doodsbang.’
‘Waarvoor?’
‘Verandering. En elkaar, mensen zijn soms heel bang voor elkaar, en dat is heel gek, eigenlijk.’

Ik rook sinds een tijdje minder. Ik sprak een moeder van een vriendin. Ze vond het geweldig dat ik was gestopt, het was haar nooit gelukt. Zelfs niet tijdens de zwangerschap, toen rookte ze gewoon door. Tijdens het naar school brengen van de kinderen, zaten de autoramen in de winter dicht en vlogen de pakjes Marlboro erdoor. De kinderen zagen eruit als een stel stonede garnalen tegen des dat ze de auto uit mieterden. Moeders pafte het dak van de Renault. Tijdens bruiloften werd de sigaret uitgedrukt op de Maxicosi. De normaalste zaak van de wereld. Het is 2018 en er heerst een rookverbod in de horeca. Toen het rookverbod inging een aantal jaar terug, was Holland in last. Rebels stak ik een aantal keer een sigaret op in de kroeg. Het was gewoonte. Ik wilde geen verandering. Nu loop ik keurig naar buiten om daar een sigaretje op te steken en is het een idioot idee om in een restaurant, tijdens het eten, een peuk op te steken.

‘Maar de kinderen zagen Zwarte Piet toch niet als racistisch?’ vraag het nichtje.
Ik schud mijn hoofd. ‘Die kinderen kon het niet verrekken. Of ze nou snoep van een zwarte clown of van een paarse pandabeer kregen. Als die snoep er maar kwam. En de cadeautjes.’
Het valt even stil.
‘Ik snap het van beide kanten wel. Het hoorde wel bij de cultuur. Maar het kon natuurlijk echt niet, die demonstraties, dat gedoe. Vreselijk,’ zucht ze.
‘Nee, eigenlijk kon het echt niet, nee. Net als roken. Wist je dat ik vroeger binnen heb gerookt?’
Het nichtje kijkt met grote ogen. ‘Jij?! Binnen?! Hier?’
Ik glimlach. ‘Ja, hier. Erg, hè?’

Een jaartje of honderd geleden kregen vrouwen stemrecht. We kunnen ons niet voorstellen dat vrouwen niet werken en niet mochten stemmen. Het vrouwenstemrecht was nogal een dingetje. Toentertijd was dat revolutionair. De tijden veranderden. Er moest nogal wat water door de Rijn voordat dat stemrecht er was. Tijden veranderen, mensen veranderen, cultuur verandert en omgeving verandert. Net als onze multiculturele bevolking. Feit dat we Zwarte Piet afbeelden als ‘zwarte knecht’ bevestigt onbewust het beeld dat zwarte dames en heren ondergeschikt zijn aan een blanke. Daar staat écht niet iedereen bewust bij stil en we bedoelen het allemaal helemaal niet verkeerd. Maar het is er wel, onbewust. Los of het aanstoot geeft, het is niet meer van deze tijd. En de oplossing is zo simpel. Zo kinderlijk simpel. Laten we pietjes veranderen. In gouden, zilveren en bronzen pieten. Met blauwe lipstick en gekleurde pakjes. Het maakt de kinderen niets uit, maar voor het stigmatiserende beeld is het allesbepalend. We verliezen niets. Van niemand. We verliezen niet door het beeld aan te passen, we winnen juist door de bedachte figuren alleen van een andere kleur te voorzien en daarmee iedereen blij te maken. Laten we kleur bekennen.

‘En jij, tante Rens, wat deed jij?’
‘Ik schreef columns.’
‘Vet. Ook eng?’
‘Soms wel. Je moet soms wat dingen durven roepen. Soms helpt het. Leer je de mensen anders kijken. In november 2018 schreef ik een column, over die pietendiscussie.’
We knikken en kijken door het raam. De intocht 2038 is in volle gang. Sint paradeert samen met zijn gouden, zilveren en bronzen pieten door de straten. Hun lippen blauw gestift. Mijn nichtje kijkt me met haar mond open aan.
‘Dus deze kleuren van de Pieten van Sinterklaas… Die heb jij…?’
Verandering. Doodeng én prachtig.