‘Ik zeg het je, dat schuim is niet goed. Nu is bier ook een natuurproduct. Maar kijk, kijk heel dichtbij,’ de te zware zakenman houdt het glas bier vlak voor het gezicht van het aardige meisje uit de bediening.
‘Ik zie het,’ glimlacht ze, ‘wilt u een nieuwe, meneer?’
Maar zaken-Henkie is nog niet klaar. ‘Het kan ook zijn dat het glas vet is. Gebruik je wel afwasmiddel in je spoelbak? Ook weer niet teveel, hè. Dan implodeert het bier nog meer. Zie je, zie je wat het schuim doet?’
Zaken-Henkie laat het glas met bier aan zijn tafelgenoten zien. Ze knikken en beamen. Ze hebben nog nooit zo naar bier gekeken.

Het is Internationale Vrouwendag en ik zit met een vriend en vriendin in een kroeg. Het is zo’n type café waar je bij binnenkomst direct zin krijgt in bier en bitterballen. Nu heb ik in dat eerste wel vaker zin maar die bitterballen zijn wel een unicum. We borrelen wat. Lullen wat over het leven, mijn vriend zijn dates en over Internationale Vrouwendag. Ik grinnik en maak een grap dat het dus puur uit meelij was dat die vriend met ons op stap ging. Hij antwoordde dat hij vooral veel zin in bier had en wij een goed excuus waren. Het internet kolkt inmiddels met voor- en tegenstanders van de meisjes-parade. Van feitelijke cijfers tot zwetende mannen die zich gepasseerd voelen omdat er geen mannendag is. Van vrouwen die het allemaal maar een betuttelende bende vinden tot chicks die de dag juist ondersteunen. Ik vind het zo ingewikkeld. Ik vind dat, of je nou een sneetje of een slurfje hebt, we allemaal gelijk moeten zijn. Ik vind het goed daar ‘ns een daggie bij stil te staan. Dat het geen sodemieter uitmaakt of je met Rens of Renske te maken hebt. Da’s wel goed. Ik geloof niet in aparte cluppies met aparte seksen. Ik geloof daar niet zo in. Las laatst een stukje van verschillende (mannelijke) filosofen die eeuwen geleden al begonnen met het geleuter over dat vrouwtjes ondergeschikt aan mannen zijn. Good old Aristoteles voorop. Da’s moeilijk, om zulke ideeën en (opvoed)patronen te doorbreken. Dus zo’n dag om eens lekker discussie op te laten laaien en mensen uit te dagen om dingen te zeggen, is zo slecht nog niet. Zo had ik nog nooit naar dat soort dagen gekeken.

Zaken-Henkie gaat nog even door en houdt een klinkklare onzin lezing over bier. Ik weet dat niet alleen als pittig consument, ik heb zoals het een wilde tiener betaamd ook een aantal jaar in de horeca gewerkt. Zijn tafelgenoten luisteren ogenschijnlijk geïnteresseerd. Henk voelt zichzelf groeien. Hij groeit na iedere ademteug en zinnen vol gebakken lucht. Of in zijn geval: imploderend schuim.

Ondertussen is mijn mannelijke tafelgenoot afgeleid door het relaas over het goudgele gerstenat. Ik zelf grinnik wat en staar uit het raam. Mijn vriendin vraagt of er iets is. Waarom ik zo glazig uit het raam zit te staren. Ik glimlach en ze weet dat ik het tafereeltje naast me met pretogen afluister.
‘Niks zeggen, zegt vaak alles,’ mompel ik als volleerd filosoof. Het is Internationale Vrouwendag. Ik mocht dat even.
‘Goh…’ zucht mijn vriendin, ‘zo heb ik er nog nooit naar gekeken.’

 

RK