Afgelopen donderdagavond had ik mezelf op Stoppelhaene in Raalte een ongelooflijke kater aangedronken dus op vrijdag besloot ik mijn gammele lijf in de auto te rollen en naar de MacDonalds te rijden. Waar een ander na een avond alcohol rammen afsluit met een zakje frituurvet zit ik vaak dusdanig vol van het goudgele gerstenat of wijn en veel te zoete blerk in de vorm van shotjes dat ik vaak pas. Laat de burgemeester het niet horen. Gevolg daarvan is een onbedaarlijke drang naar veel en vet voedsel de volgende dag.

 

Afijn, ik met mijn witte gebakje door de poorten van de grote gele M. Na vier keer links en drie keer rechts de stoeprand te hebben aangetikt begin ik me af te vragen of ik wel mag rijden. Denk niet dat veel mensen zich dat op vrijdagmiddag rond de klok van twee zich doorgaans afvragen, maar daar moet ik van mezelf dan maar even de humor van inzien. Al stoep-hoppend kom ik aan bij de intercom. Laat dat vet maar komen. Een vriendelijke jongeman vraagt wat ik wil bestellen.
‘Een Veggie-menu met Cola Light. En doe maar een Filet-O-Fish.’
‘Sorry, ik verstond uw menu niet. Wat zei u?’
‘Een Veggie-menu.’
Lange stilte. Ik zou niet verbaasd zijn als de grote MacDonalds-almanak uit het stof werd gerukt en de intercom-meneer inmiddels al zijn collegae bij elkaar heeft geroepen met de vraag in godesnaam het Veggie-menu is. Na een luttele seconde of 28 hoor ik het microfoontje licht kraken. Ik heb weer verbinding met de Mister Mac.
‘Dat wordt dan elf euro zeventig. U mag doorrijden naar het eerste raam.’
Ik gooi die Twingo in zijn één en hoop dat het eerste raam over dubbelzijdig glas beschikt. Ik rij dusdanig roekeloos dat een ramkraakje op de MacDonalds me in dit stadium niet zou verbazen. Op een haar na het hok gemist, betaald en ik rij naar het tweede raam. Tot nu toe gaat alles nog redelijk, hoewel het meisje van het tweede raam alles behalve vriendelijk kijkt. Lijkt me overigens prachtig ooit te kunnen zeggen dat je achter de ramen zit bij de MacDonalds, misschien eens een stageplek overwegen. Ik heb mijn raampje van de Twingo nog naar beneden en hoor wat de mevrouw tegen haar collega schreeuwt.
‘Weer zo’n vega-dinges. Die lui eten alleen maar gras,’ en ze lacht niet maar ze buldert. Daarna draait ze zich naar mij.
‘Ja, hallo. Parkeer daar maar even,’ wijst ze, naar het parkeervak wat voor moeilijke gevalletjes is. Daar moet je staan als je aparte dingen bestelt. Hamburgers zonder tomaat of sla of gekke bestellingen zoals burgers zonder vlees.
‘We brengen het zo.’
Met twee wielen ram ik opnieuw de stoeprand en wacht ik een minuut of twintig op mijn Veggie-menu. Je kan een hoop zeggen van die enge clown van de MacDonalds, maar feit dat ze kennelijk de groente van de burger pas oogsten als het besteld wordt vind ik majestueus. De roodharige piranha laat me schrikken als ze mijn zakje naar binnen gooit.

 

Ik ben dus helemaal niet zo’n betweterige, vingerwijzende, vegetarische, veganistische en alle-andere-dingen-met-een-V-jankbek die nooit vlees eet, hoor. Maar vind van mezelf dat als ik vlees eet, ik er dan wel van moet genieten. En aangezien die koe ook niks aan mijn drankgebruik en kater kon doen vond ik dat ik een Veggieburger moest bestellen. Prachtig gegeven vind ik dan dat die mevrouw bij de MacDonalds me dan verbaasd aankijkt. Sterker, ze doet er een beetje boos om. En lacherig. Kennelijk is een plakje dooie koe op je brood minder gek dan wat groente tussen je burger. Ik neem nog maar een borrel. Misschien ga ik de dingen dan meer helder zien.

RK