‘Voor een blond grietje heb jij een aardig grote bek,’ zegt een onbekende meneer en neemt een slokje van zijn matig schuimend bier. Ik kijk verbaasd op van mijn eigen goudgele rakker en bedank hem hartelijk voor zijn input.

Het is zaterdagmiddag als ik met een vriend besluit te gaan kijken bij Go Ahead Eagles die Excelsior mag begroeten in Terwolde. De vriend houdt van voetbal en ik houd van zon dus de deal was snel gemaakt. Ik heb niet veel verstand van voetballerij maar dat het spel van de Adelaren niet om aan te gluren was, dat zag dit blonde grietje dan weer wel. Het vrijwel kersverse, nieuwe team onder leiding van Vlemminx stond onzeker met elkaar te ballen. Even overwoog ik om in de rust buitenspel nog één keer uit te leggen.

 

Het is natuurlijk hartstikke logisch: die gasten moeten aan elkaar wennen en het heet niet voor niets een oefenwedstrijd. Dat moest ik kennelijk nog wel even aan een groot gedeelte van het publiek uitleggen, want de vrolijke vriend die net vond dat ík degene was met een grote bek, stond nu zelf zijn scheldwoordenboek de ether in te scanderen. Ik dacht dat mijn vocabulaire redelijk breed was, maar ik stond tijdens deze voetbalwedstrijd naast een heuse scheld-almanak. Ik wilde bijna aantekeningen maken, zulke juweeltjes kwamen het met shag-rook behangen keeltje uit. Ik ga niet herhalen wat Sjonnie Scheldgraag naast me stond te spuien over het veld, maar laten we maar zeggen dat het volledige rood-gele team ofwel terug kon naar de F-jes, zijn moeder onder de Wilhelminabrug of, als de desbetreffende speler echt beroerd speelde, tussen zes plankjes ergens anders naar toe gebracht moest worden. Beregezellig, zo’n oefenpot.

 

Las ondertussen op Facebook hoe Youp van ‘t Hek van top tot teen werd afgekraakt en verwensingen naar zijn harses geslingerd kreeg en dat columnist en talentvol schrijver Ozcan Akyol in een interview vertelt dat hij niet meer over de markt kan slenteren zonder een verbale kots over zich heen te krijgen.

Ik vind dat eng. Dat door schreeuwende Scheldgrage Sjonnie mensen die gewoon hun werk doen totaal worden afgebrand. Is het de nieuwe spits van Go Ahead, is het Eus die zaken van een andere kant belicht. Ik word daar zenuwachtig van. Nu doet deze Sjonnie het nog schallend langs de zijlijn, maar op het wereldwijde web zijn de verwensingen soms te misselijk voor woorden.

 

’s Avonds zit ik met dezelfde voetbalvriend wat te eten in een restaurant in Deventer. Al achtenzestig minuten zwijgt het stel aan de tafel naast ons in alle talen. Af en toe kijkt zij hem aan en glimlacht zacht. Hij glimlacht terug en typt tijdens het glimlachen zwijgend een knettervuile reactie op het internet. Iets met heel veel scheldwoorden, verwensingen en uitroeptekens. Ondertussen vraagt hij met zoetgevooisde stem de rekening aan de ober. Hij kijkt met glazige ogen langs het kaarslicht naar zijn tafelpartner. Tweeënzeventig minuten verder en alleen decibellen in de vorm van een rekening vragen vulden de ruimte naast ons.

‘Die twee zeiden gewoon helemaal niks tegen elkaar!’ fluistert de vriend als het stel is opgestaan en kijkt me met grote ogen aan. ‘Soms is dat maar het allerbeste. Niks zeggen,’ antwoord ik, en open mijn internetsite. Eén nieuwe reactie op mijn column. Locatie? Een restaurant in Deventer.

 

RK