Verguld kijkt ze naar het glazen glitterpaardje. Haar blonde poppenharen langs haar gezicht. Om haar heen Sinterklaaspapier. Het ene cadeau nog duurder dan het andere. Dat weet ze niet, ze kent alleen nog maar gevoelswaarde. Ze schuifelt met het glitterpaardje dicht naar een kaarsje. Zo zit ze daar, minuten lang. Haar dure cadeaus laat ze links liggen.

In Deventer geldt vanaf 1920 een Sinterklaas-intocht-verbod. Ik verzin het niet. De tabbert mag voor 5 december niet in de Koekstad verschijnen. Reden? Het moet allemaal niet te commercieel worden. Later, toen Blok het Sintjournaal presenteerde en de televisie steeds vaker aan stond, was dat intochtverbod amper te handhaven. Wat als baardmans voor 5 december door de stad tokkelde? Hoe had die handhaving er precies uitgezien? De sheriff op een varken achter Amerigo aan? Sluipschutters vanaf de Boreelkazerne? Het vonnis wordt in rijm uitgesproken en de tabbert zit te treuren in de nor. Ik zie het allemaal voor me.

Dit jaar hoefde niemand te plassen toen er werd aangebeld en geklopt. Iedereen zat in de woonkamer. Via bluetooth kon het geluid geregeld worden. Een dag ervoor het kloppen en aanbellen opgenomen et voilà: de hele kamer was in de war. Vind ik dan een leuk grapje. De kinderen renden naar de deur en er zat zelfs een heuse brief van Sint bij de cadeaus. Op perkamentpapier, met afgebrande randjes. Het vuur zat in de ogen van de kinderen. Iedereen bij elkaar, mama mocht het voorlezen. Rode wangen, kriebelbuik.

Degene die in 1920 die intocht-wet heeft bedacht was zo gek nog niet. Natuurlijk is het absurd om iemand de toegang tot een stad te weigeren, maar kennelijk was er vooruitstrevend inzicht. De koopzucht is vreselijk. De cadeaus veel te groot. Zo heeft Sint het nooit bedoeld. Sint wilde niet de kas van Bol spekken. Hij wilde glitterpaardjes en glimneusjes. Vergulde gezichtjes bij een échte brief van Sint. Geen pakpapier-grissen en cadeaus van 100 poen. Een gezellig avondje, waar gevoel en samenzijn voorop staat. Juist nu.

Sinterklaas heeft zijn tabbert nog niet gelicht of we vliegen alweer naar de tuincentra. Kerstbomen kopen. De verlanglijsten worden volgekalkt met nog meer cadeaus. Hebben! Veel meer hebben. Sint tokkelt zachtjes op zijn paard het land uit en kijkt een keertje om. ‘Zo gek was die wet in Deventer nog niet,’ fluistert hij. Het paard briest. ‘Ik dacht dat ze van deze pandemie zouden leren. Dat samenzijn, gezondheid en lichtjes in de ogen het belangrijkste van alles is,’ zucht hij. Het paard antwoordt: ‘Lichtjes in de ogen worden verruild voor gekochte lichtjes in de bomen.’