Verandering is bere-lastig. Of in sommige gevallen peerden-lastig. Ik heb moeite met Ozosnel. Ik kom er maar gewoon voor uit. Eerst werd the one and only Bram van der Vlugt vervangen. Bram! 24 jaar lang was hij Sinterklaas, ik was 20 toen hij aftrad. Ik snikte harder toen Bram kapte dan toen ik hoorde dat Baardmans niet bestond. Of dat niet erg genoeg was, stopte dit jaar Amerigo er mee. Amerigo! Het nieuwe paard heet Ozosnel. Stomme naam. De stoomboot wordt ingeruild voor een trein – je moet het maar durven met het OV van nu. Ozosnel is niet wit maar zwart en wordt nu met watervast baardenwit (verzin ik niet, echt niet) witgekalkt zodat hij zichtbaar is op de daken. Serieus? Ja, serieus.

Als je fietst zie je meer en de laatste tijd is mijn stalen ros mijn nieuwe Ozosnel. Doet zijn naam geen eer aan. Zonder baardenwit, mijn fiets blijft zwart. In de berm ligt een boterhamzakje met een bruin bolletje. Kaas. Paar meter verderop ligt een berg gemengde sla, cherrytomaatjes en paprika. Los van het plastic vind ik het prachtig. In de berm gemieterde lunches. Het schetst schitterend de rebellie van tieners. Volwassen verzet gecombineerd met kinderlijke liefde voor hun moeder; mans om chips en koek te kopen maar liefdevol genoeg om geheimzinnig te verbergen. Wat zeg ik; ver-bermen.

Is dat de heenweg er al ingemikt? Vriendin vertelde dat ze pas op de terugweg naar huis haar gesmeerde brood in de sloot kieperde.
‘Je wist nooit wat ze in de kantine hadden. Dan had ik maar wat, voor de reserve,’ vertelde ze toen ik er naar vroeg. Niks weggooien dus, voordat je wat nieuws hebt. Grapje over Klaas Dijkhoff is nu te makkelijk.

De pubers fietsen langs. Voor hen ben ik een mevrouwige dertiger met twee verschillende schoenen. Zij hebben de tijd nog voor zich. Weten zich geen raad met zichzelf of met elkaar. Fietsend langs de bermen verlang ik naar die onzekere dagen waar je je lunch in de sloot kwakte. De levensfase waarin alles verandert; je lijf, je denkwijze, je school en je vrienden. De periode waarin je wenst te werken en volwassen te zijn, een auto te hebben en nooit meer naar school te hoeven. De periode waarin verandering kut maar prachtig is.

Nu verlang ik naar mijn fiets, wenste ik weer kind te zijn en probeer ik iedere dag wat te leren. Naast het kind-zijn herinneren de boterhamzakjes met gesmeerde bolletjes me aan het puber-zijn. Gierend van het lachen, slingerend door de straten. Gebeurt nu sporadisch na een avondje café. Verandering is berelastig. Maar ozonodig.