Als ouder wil je het goed doen en wil je het beste voor je kind. Je wil tenslotte niet het slechtst apporterende teckeltje van de puppycursus bezitten. Dus, kind naar school, zwemles, gitaarles, balletles, paardrijles, voetbal en blokfluitles. Dat laatste hoop ik van ganse harte dat dat eerdaags een keer afgeschaft wordt vanuit de basisscholen. Dat geflutemetuut op zo’n houten stengel is echt voor niemand bevorderlijk. De leraar doet zijn gehoorapparaat al standaard uit en ik kon vroeger alleen maar denken aan de hoeveelheid spuug die er in ’t vers befloten blokfluitje zat. Afschaffen, die lessen.

Enfin. Drukke tijden dus, als ouder. Je wil tenslotte wel dat je kind opgroeit en dat je het idee hebt: ‘Ja, deze is wel aardig gelukt’. Dat je je niet hoeft te schamen op feestjes en partijtjes, zoiets. Dat ‘ie overal over kan mee neuzelen. De latest Yogi-trends weet en voor oma leuk gitaar kan spelen op haar verjaardag. Dat wil je van je kind. En goeie cijfers, niet te vergeten. Josje mag dan wel niet zo knap zijn, Josje gaat god-ver-domme wel naar dat VWO!

Na groep acht begint het echte leven van een tiener die de wijde wereld intrekt. Wijde wereld is misschien wat ruim, maar ze mogen weer opnieuw beginnen op een nieuw schooltje. Beugeltje in, rugzakje op, onzekerheden mee en hoppetee: op naar de grote middelbare school. In de tussentijd moet er nog gehockeyd, gezwommen, gevoetbald en getennist worden. Daarnaast komen uiteraard de uitjes met de scouting, weerbaarheidstrainingen en zelfontplooiings-cursussen nog.
‘Kom je vanmiddag chillen?’
‘Nee ik kan niet, ik heb piano- en meditatieles. Daarna turnen, bewust bekwaam breien en bijles Frans’
Middels digitale agenda krijgt het kind meldingen op zijn smartphone naar welke les of groep het moet. Moeders Googlemapt zich wild en racet stad en land af in de Prius om het kind op tijd naar alle puppycursussen te krijgen. Alles voor het goeie doel. Als ze maar slágen in het leven. Als ze maar lúkken. Dat ze wéten wat er speelt in het hier en nu. Dat ze kunnen aarden, noten lezen, hockeyen, fit zijn, intelligent, leuk, sociaal, dat ze hun weerbaarheid hebben en hun hiërarchische verhoudingen kennen. Hun chakra’s in balans zijn en hun Aardrijkskunde kennen. Formules van wiskunde dreunen en scoren op zondag op het veld. Als ze maar slágen in het leven.

‘Ik weet gódverdomme niet waar ik ze vandaan moet halen,’ verzucht een vriend van me.
Ik zit in het café en de vriend heeft een pizzeria in het dorp. Hij zoekt bezorgers van een jaar of 15/16 om zijn versgebakken pizza’s op zaterdag en zondag rond te tokkelen. Nergens kan hij jongeren vinden die het willen doen. Hij betaalt drie keer zoveel als Appie en is nog een aardige gast ook. Beetje fietsen en vangen, dat is het idee.
‘Waar zitten die gastjes dan?’ vraag ik nadat ik een slok van mijn bier heb genomen.
‘Ik weet het niet. Ik weet het echt niet,’ antwoordt de vriend. Hij weet het ook echt niet.
De barman schuift aan. ‘Maar die gasten moeten toch uit? Kleren kopen? Beltegoed? Stiekeme biertjes in de disco? Snoep? Wie betaalt dat dan?’ vraagt hij.
‘Papa en mama,’ antwoordt Pizza.
‘Ik heb zélfs al een computer verloot aan de eerste tien sollicitanten op het baantje’
‘En?’ vraag ik.
‘Mijn vrouw is heel blij met haar nieuwe laptop’
We zuchten alle drie. De barman tapt ons nog een biertje in.
‘Kijk ‘ns, jongens. Een perfect getapt biertje. Dat hebben ze me niet geleerd op school. Dit, dit kan ik door vanaf mijn veertiende hard te werken en door te zetten. Dat heeft me sociaal gemaakt, weerbaar, me besef van geld gegeven. Daar kan geen weerbaarheidstraining tegenop’ We lachen.
‘Ja maar Jules… Jij hebt je middelbare school niet eens afgemaakt’
‘Kan wel zo zijn, maar ik heb wel besef van geld en weet wat hard werken is’
We proosten en staren alle drie naar ons biertje. Na een minuut of wat oppert Pizza: ‘Jules, wel eens aan pizza bezorgen gedacht?’
RK