Liegen over Sinterklaas is schadelijk voor kinderen, kopt het AD. Volgens een Belgische filosoof raken kinderen het vertrouwen in hun ouders kwijt. Oplossing? De telgen van jongs af aan vertellen dat het een verzonnen toneelspel is. Eraf rammen, die magie.

We jokkebrokken ons gemiddeld twee keer dag een lange Pinokkio-neus. Twee keer. Per dag! Schat in dat het veel vaker is maar dat het dusdanig diepgeworteld in ons systeem zit dat we het niet herkennen. ‘Nee hoor, is niet erg,’ met stip op één. Gevolgd door ‘Ja, heel leuk!’. Ik weet het zeker. Alweer een leugen! Simpele, kleine, glad poetsende woorden. Logisch verhaal. We willen aardig gevonden worden en harmonie bewaren dus verhullen we de waarheid. Onbewust. Elke dag volle bak de waarheid vertellen, daar wordt het niet gezelliger op. We zouden het door ons instinct om in kuddes te leven niet eens kunnen. We poetsen zaken mooier om beter in de smaak te vallen. In kleding, make-up (present!) en in woorden.  

Het is iets in ons volwassenen dat zich verkneuterd bij het idee Sinterklaas. De geur van speculaas en juten zakken, het kotsen van de hoeveelheid chocoladeletters en het gespannen wachten en liedjes schreeuwen. Het is niet alleen een kinderfeest. Het laat ook volwassen ogen schitteren en ons voor even weer kind zijn. Keken we maar vaker met diezelfde kinderlijke ogen naar de wereld en elkaar. Dan zouden we verbazen, verwonderen en geloven.

Ik weet nog dat mijn moeder vertelde dat het jaarlijkse sint-spektakel regelrecht uit de duim werd gezogen. Boos was ik. Furieus. Hoe kon mijn bloedeigen moesje zoiets zeggen? Achteraf was Sint-gate het mooiste fabeltje ooit dat uit kwam. En gaf ik de meest kostelijke reactie uit mijn leven. We geloofden er toch in? Dan was het onmogelijk dat het niet bestond. Als je ergens in gelooft, dan bestaat het.

Het hele circus rondom Sinterklaas laat zien hoe gemakkelijk jonge kroost iets aanneemt. En als het spulletje uit komt, leert het kinderen meteen hoe volledig koekoek volwassenen zijn. Dat serieuze, grote mensen alles in werking stellen om een verzonnen feest te vieren. Over een ouwe bok op een paard met pieten. Die zich via het dak door de schoorsteen wringt – hoe moeilijk wil je het verhaal maken.  

Het leert kinderen dus niet te wantrouwen, maar te vertrouwen. Op zichzelf. Op fantasie. Het leert ze dat volwassen mensen knettergek zijn en dat als je ergens maar hard genoeg in gelooft, het bestaat.