In groep 7 had ik vier goede vrienden. Sam, Monkey, Grietje en Louise.

Bij de fietsenstalling spraken we na schooltijd af en praatten over niks of over alles. Niets er tussenin, dat deed er niet toe. In de zomer zaten we in kleermakerszit in een kring bij elkaar. Sam droeg mooie kleren, Monkey was altijd lui, Grietje haatte haar naam en Louise kon geen aardrijkskunde. Ze onthield de plaatsen niet en had niets met ezelsbruggetjes.

We bespraken wat we worden wilden, of liever: wie we niet wilden worden. We sloten pacten en legden beloftes af. Na elke belofte tuften we in de kring. Ons speeksel gold als handtekening onder een contract en wie het verbrak was geen goed mens meer.

Na een maand of vier in groep 7 waren er drie gouden regels ontworpen. We zouden nooit make-up dragen en de jongens zworen geen meisje met mascara te trouwen, op de middelbare school zouden we vegetarisch worden en we gingen alle vijf bij de brandweer. Vuur bestrijden en de mensheid redden.

Terwijl ik mijn vriendenboekje doorblader valt mijn oog op de vier vrienden. Sam is directeur van een accountantsbureau met zeven vestigen, heeft twee kinderen en doorzonhuis, Monkey is verhuisd naar Arnhem waar hij inmiddels negen jaar doet over zijn studie bedrijfseconomie, Grietje heeft een nagelsalon en Louise woont met haar vriendin aan de kust waar ze een strandtent runt. Ik vond het via Facebook.

Het pact, meer dan vijftien jaar geleden gesloten is verwaterd en iedereen is meegezogen in de zee van tijd en de regels die volwassen worden met zich mee brengt. Idealen zijn vervaagd en het leven heeft ons opgeslokt. Geen make-up heb ik sinds mijn dertiende al afgetuft, dat vegetarische werkt parttime en de brandweer? Er werden enkel liefdes geblust.

Ik blader door mijn vriendenboek en een brandend verlangen stroomt door mijn aderen. Nog één keer een namiddag in groep 7. Nog één keer tuffen op mijn vurig kinderhart.

RK